Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK › Paragraaf 6

Artikel 33

Vervroegde opeisbaarheid (art. 7:77 BW)

Onderdeel van Bankreglement Kredietbank Limburg

De Kredietbank is bevoegd het krediet vervroegd op te eisen, indien: de klant gedurende tenminste twee maanden achterstallig is in de betaling van een vervallen maandtermijn na in gebreke te zijn gesteld, en nalatig blijft in de nakoming van zijn verplichtingen; de klant Nederland heeft verlaten, dan wel redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de klant Nederland binnen enkele maanden zal verlaten; de klant is overleden en de Kredietbank gegronde redenen heeft om aan te nemen dat zijn verplichtingen uit hoofde van de kredietovereenkomst niet zullen worden nagekomen; de klant in staat van faillissement of surseance van betaling is komen te verkeren of ten aanzien van de klant de Wsnp van toepassing is verklaard; de klant de tot zekerheid verbonden zaak heeft verduisterd; de klant aan de Kredietbank, met het oog op het aangaan van de kredietovereenkomst, bewust onjuiste inlichtingen heeft verstrekt van dien aard, dat de Kredietbank de kredietovereenkomst geheel niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben aangegaan indien de Kredietbank met de juiste stand van zaken bekend zou zijn geweest. De Kredietbank neemt in deze gevallen bij het besluit het krediet op te eisen de overige bepalingen in dit Bankreglement en de NVVK Gedragscode Sociale Kredietverlening in acht.

Rechtspraak bij dit artikel