1. Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering van de
inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, of de
taalkennisvoorziening af op het startniveau en de vaardigheden, de
persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de
inburgeringsplichtige.
2. Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op
arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg voor
dat de inburgeringsvoorziening op de voorziening gericht op
arbeidsinschakeling wordt afgestemd.
3. Een inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening kan, naast
datgene dat in de wet is geregeld, één of meer van de volgende
onderdelen bevatten:
Nederlandse taalles;
kennis van de Nederlandse samenleving;
voorbereiding op en één maal kosteloze deelname aan het
inburgeringsexamen;
individuele begeleiding door een
consulent/trajectbegeleider;
maatschappelijke begeleiding;
activiteiten gericht op arbeid of de verwerving daarvan;
activiteiten gericht op een vervolgopleiding en/of voorbereiding
daarop;
activiteiten gericht op participatie en gezin.
Hoofdstuk 2
Artikel 4
De samenstelling van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening
Onderdeel van Verordening Wet inburgering 2009