Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.

Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden

Onderdeel van Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Castricum

1.. Tijdens de laatste raadsvergadering in oude samenstelling voor de raadsverkiezingen stelt de raad een commissie voor het onderzoek van de geloofsbrieven in. Deze commissie bestaat (bij voorkeur) uit drie leden die in de nieuwe zittingsperiode naar verwachting geen deel meer uitmaken van de raad. De commissie onderzoekt het proces-verbaal van het centraal stembureau en de geloofsbrieven van de nieuw toe te laten raadsleden. 2.. De commissie brengt na haar onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau en de geloofsbrieven schriftelijk verslag uit aan de raad. In dit verslag wordt aangegeven of er geschillen zijn met betrekking tot het verloop van de verkiezingen en wordt advies uitgebracht over de wijze waarop deze geschillen dienen te worden beslist. Daarnaast wordt vermeld of de benoemde raadsleden voldoen aan de vereisten voor toelating tot de raad. In het verslag wordt tevens melding gemaakt van een eventueel minderheidsstandpunt. 3.. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 4.. Bij aanvang van de nieuwe raadsperiode stelt de raad een commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven bij tussentijdse vacaturevervulling in de raad. 5.. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over zijn of haar toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

Rechtspraak bij dit artikel