Naar hoofdinhoud
1.. Raadwerkgroepen zijn interne bijeenkomsten met een informeel en niet-besluitvormend karakter. 2.. De raad kan een raadswerkgroep instellen voor onderwerpen die de eigen organisatie, werkwijze of taakuitoefening van de raad betreffen, waaronder in ieder geval: De voorbereiding van omvangrijke of complexe wijzigingen in het vergadermodel of andere onderdelen van de organisatie van de raad; De voorbereiding van trajecten waarbij de raad zich intern moet kunnen beraden op zijn positie, taakopvatting of handelingsperspectief; Andere interne aangelegenheden van de raad waarbij een tijdelijke, informele verkenning wenselijk is voorafgaand aan een openbaar raadsvoorstel. 3.. Raadswerkgroepen worden niet ingesteld voor het voeren van besloten of informele inhoudelijke gesprekken met het college of de ambtelijke organisatie over beleidsterreinen of beleidsvoorstellen. 4.. Een raadswerkgroep is tijdelijk van aard en wordt opgeheven zodra het beoogde resultaat is bereikt of het door de raad vastgestelde mandaat is afgerond. 5.. Elke fractie kan een lid van de raad of commissielid voordragen voor deelname aan de werkgroep. 6.. De werkgroep bepaalt wie zij uitnodigt voor deelname aan de bijeenkomst van de werkgroep. 7.. Het als woordvoerder bijwonen van een vergadering van een raadswerkgroep zoals bedoeld in het tweede lid komt in aanmerking voor vergoeding zoals bedoeld in artikel 3.4.1. van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel