De wegconstructie van zowel de openbare weg ter plaatse van de uitweg als de uitweg zelf moet berekend zijn op het te verwachten gebruik c.q. verkeersbelasting. Daarom wordt de constructie bepaald door de gemeente en bestaat die in principe uit een elementenverharding met:
inritblokken, verlaagde trottoirbanden, al of niet afgeronde bochtelementen of inritblokken;
(hoek-stukken) met tussenliggende betonstraatstenen;
fundering van 35 cm straatzand, 25 cm menggranulaat met daarop 5 cm straatzand;
grijze betonklinkers, betontegels of het in de openbare ruimte aanwezige type bestrating;
opsluiting van het straatwerk met 10 x 20 opsluitbanden of trottoirbanden;
grasbetonstenen bij landbouwpercelen
Bij uitwegen waarbij de bestemming niet zichtbaar of herkenbaar is, dient de uitwegconstructie duidelijk herkenbaar te zijn. Om de herkenbaarheid en uniformiteit van een uitweg te waarborgen, zal de uitweg zo veel mogelijk op uniforme wijze worden aangelegd.
Er wordt een afweging gemaakt of een uitweg past binnen het (historische) straatbeeld. Dit kan namelijk per straat verschillen.
Omdat uitwegconstructies met niveauverschil voor zwaar verkeer problematisch kunnen zijn voor kwetsbare lading, kan bij een uitweg naar bedrijven een uitwegconstructie zonder niveauverschil worden toegepast.
Ingeval de uitweg over een sloot/watergang gaat, dient er ook een dam met duiker (of een brug) aangelegd te worden. Het onderhoud van de dam met duiker/brug berust bij aanvrager. Het kan zijn dat hiervoor een vergunning aangevraagd moet worden of een melding gedaan moet worden bij het Waterschap op basis van de Keur en daarnaast is mogelijk privaatrechtelijke toestemming van de eigenaar van de grond noodzakelijk. Voor het regelen van deze zaken is aanvrager zelf verantwoordelijk.
Hoofdstuk 4
Artikel 10
Aanvullende uitvoeringsaspecten uitwegen
Onderdeel van Uitwegenbeleid gemeente Lingewaard 2026