Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3

Ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg

Onderdeel van Uitwegenbeleid gemeente Lingewaard 2026

Een vergunning wordt geweigerd wanneer door de uitweg de verkeersveiligheid in gevaar kan komen. Daarvan is in ieder geval sprake in de volgende gevallen: als de uitweg aansluit op een gebiedsontsluitingsweg. In geval van het verplaatsen of aanpassen van een bestaande, vergunde, uitweg op een gebiedsontsluitingsweg zal de situatie per geval beoordeeld worden. op of binnen 5,00 meter van een rotonde; op of binnen 5,00 meter van een kruising of splitsing van wegen (zie bijlage 1: tekening B); op of binnen 5,00 meter van een voetgangersoversteekplaats; bij de geblokte markering van een bushalte of binnen 12,00 meter van het haltebord; op een plaats waar belemmeringen ontstaan voor het in- en uitrijden met een personenautowanneer tegenover de beoogde uitweg een voertuig geparkeerd mag worden; op een plaats waar de uitweg op een fiets- en/of voetpad uitkomt en dat pad over een langere afstand (langer dan de breedte van het fiets- en/of voetpad) moet worden bereden om op de rijbaan voor het autoverkeer te komen; op een plaats waar verlichting en/of bebording en/of andere objecten aanwezig zijn waardoor de uitweg niet onbelemmerd gebruikt kan worden; op een plaats waar het zicht vanaf de uitweg op de weg/voetpad/fietspad onvoldoende is om de uitweg veilig te kunnen gebruiken; als het voertuig het perceel via de uitweg niet in een rechte lijn kan op- en afrijden. Hiervan is in elk geval sprake als het voertuig op het perceel moet “steken” voordat deze het perceel in een rechte lijn via de uitweg kan verlaten.

Rechtspraak bij dit artikel