Naar hoofdinhoud
Wanneer een ontwikkelende partij of grondeigenaar bij een gemeente kenbaar maakt een initiatief te willen nemen voor een dagattractie die valt onder de werking van dit ontwikkelkader, wijst de gemeente de ontwikkelaar, eigenaar of andere initiatiefnemer op de inhoud van het ontwikkelkader. Zodra de gemeente een ruimtelijke ordeningsprocedure gaat starten zal zij, voordat deze wordt voltooid met een besluit over een omgevingsplan of omgevingsvergunning voor het afwijken daarvan, op grond van de eisen uit de omgevingswet een anterieure overeenkomst sluiten met de initiatiefnemer. In deze overeenkomst kunnen ook kwalitatieve aspecten worden opgenomen om een goede invulling te geven aan het initiatief. Hierin kan ook worden verwezen naar onderdelen van het ontwikkelkader zodat de benodigde kwalitatieve sturing wordt bereikt. Na het sluiten van de anterieure overeenkomst wordt het omgevingsplan vastgesteld of de omgevingsvergunning afgegeven. Vervolgens zal er nader overlegd worden over de o.a. de exploitatie etc. waarbij de afgesloten anterieure overeenkomst als borging van de afspraken werkt. Vaak vindt er vóór de officiële ruimtelijke ordening procedure al overleg plaats tussen de gemeente en de initiatiefnemer. In deze vooroverleggen kan de gemeente de initiatiefnemer informeren over het proces van regionale afstemming, over het ontwikkelkader en het expertteam. De gemeente kan het ontwikkelkader overhandigen aan de initiatiefnemer zodat de plannen zo goed mogelijk aansluiten bij de uitgangspunten van het ontwikkelkader. Ambtenaren van de gemeente waar het initiatief speelt kunnen op voorhand ook in overleg treden met leden van de MRA werkgroep dagattracties, het MRA expertteam en/of de MRA regisseur verblijfsaccommodaties en dagattracties om nadere uitleg over het ontwikkelkader en ondersteuning in het proces te krijgen. Rijksmuseum – Amsterdam John Lewis Marshall

Rechtspraak bij dit artikel