Op grond van artikel 5:17 en 5:18 van de APV is een vergunning nodig voor het innemen van een standplaats.
Op grond van artikel 5:17 van de APV geldt hier als enige grond het te koop aanbieden in de openbare ruimte. Omdat niet als eis geldt, dat er sprake moet zijn van gemeentegrond, kunnen de beleidsregels ook van toepassing zijn op standplaatsen die worden ingenomen op een terrein van een andere rechthebbende dan de gemeente, voor zover die plaatsen vrij toegankelijk zijn en openstaan voor het publiek
Bij een mededingingsprocedure om een standplaats op een particulier terrein, moet bij het indienen van de mededinging tevens een schriftelijke toestemming, c.q. een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de eigenaar van de ondergrond en de mededinger worden overgelegd.
Het is de eigenaar van de grond verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college, standplaats wordt ingenomen (art. 5:19 APV). Wel kan op grond van zijn eigenaarsrecht de rechthebbende ook eigen criteria hanteren, bovenop de vergunningvoorschriften, behorende bij de standplaatsvergunning.
Hoofdstuk 3
Artikel 8
Standplaatsen op particulier eigendom
Onderdeel van Beleidsregels standplaatsen Het Hogeland 2021