Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 3.

Artikel 3.3

Dragend metselwerk

Onderdeel van Beleidskader Monumenten 2026

Uitvoeringseisen Zettingscheuren moeten worden ingeboet zodat de muur constructief een geheel blijft. De te gebruiken stenen en mortel moeten vergelijkbare fysische en chemische eigenschappen (hardheid, vochtopname) hebben als de bestaande wand. Indien het inboetwerk niet is aangepast aan het bestaande metselwerk kunnen reacties optreden die schade veroorzaken. Verder bestaat het risico dat het inboetwerk onvoldoende aan het bestaande werk hecht. Het metselwerk moet dusdanig bevochtigd zijn dat er geen wateronttrekking aan de specie optreedt. Wanneer water aan de verse metselmortel wordt onttrokken, hardt deze niet goed uit (verbranden). Dit levert een slechte hechting en slechte kwaliteit voegwerk op. Geroeste niet-blinde smeed- of gietijzeren ankers met een hoge monumentale waarde mogen niet worden vervangen maar moeten worden ontroest en behandeld. Vervangen van hoog monumentale onderdelen is alleen mogelijk als herstel niet mogelijk is. De nieuwe voeg dient in samenstelling en hardheid aan te sluiten op het bestaande voegwerk. Indien sprake is van een kalkvoeg mag geen cementvoeg gebruikt worden (omdat dit op termijn kan leiden tot schade). Hulpstoffen (mortelverbeteraars) zijn niet toegestaan.

Rechtspraak bij dit artikel