Naar hoofdinhoud

Deel I › Paragraaf 7

Artikel 7.2

Kelders en souterrains

Onderdeel van Beleidskader Monumenten 2026

Uitgangspunten Kelders en souterrains hebben een ondergeschikt karakter ten opzichte van de bel-etage en andere verdiepingen in het pand. Het behoud van dit ondergeschikte karakter is uitgangspunt. In beginsel is het uitdiepen van bestaande souterrains en kelders en het aanbrengen van nieuwe alleen toegestaan als onderdeel van funderingsherstel. In geval van funderingsherstel bij historisch waardevolle souterrains of kelders, dienen de bestaande indeling en materie zoveel mogelijk gehandhaafd te blijven. Het uitdiepen van kelders of souterrains of het aanbrengen van nieuwe kelders is toegestaan wanneer het uitdiepen geen gevolgen heeft voor de aanwezige monumentale waarden en structuur. Bij een bestaande kelder zonder daglichtvoorziening of een nieuw aan te brengen kelder mogen geen daglichtvoorzieningen worden aangebracht. Bij benedendijkse verdiepingen in dijkwoningen kunnen de gevels die niet in de dijk zijn ingelaten, wel ruimte bieden voor daglichtvoorzieningen. Met het aanbrengen of uitdiepen van de kelder of souterrain mogen geen monumentale onderdelen verloren gaan, aangetast en/of ontmanteld worden. Functionele toets De stahoogte van een nieuwe, uit te breiden of uit te diepen kelder of souterrain mag 2100 mm zijn. De stahoogte kan verhoogd worden tot maximaal 2600 mm onder de voorwaarde dat de vrije stahoogte minimaal 800 mm lager is dan die van de hoofdverdieping. Wanneer de bestaande stahoogte van een uit te breiden kelder of souterrain hoger is, mag deze stahoogte aangehouden worden. Bij panden waar de oorspronkelijke structuur op de begane grond of bel-etage volledig verloren is gegaan of aan de bestaande structuur geen monumentale waarde wordt toegekend, is een diepere kelder bespreekbaar. De werkzaamheden ten behoeve van de kelder of souterrain moeten aantoonbaar een aanvaardbaar minimaal schaderisico voor het pand(of belendingen) met zich meebrengen. Samengestelde kelders op verschillende niveaus mogen niet zonder meer op één niveau gebracht worden. Wanneer de niveauverschillen een wezenlijk onderdeel van de structuur van de afzonderlijke bouwdelen uitmaken zullen de niveauverschillen gehandhaafd moeten blijven. Waterkelders en drijvende kelders dienen te worden gehandhaafd. Ook bij funderingsherstel dient een nog gave kelder te worden gehandhaafd tenzij dit redelijkerwijs niet mogelijk is en/of de waarde van de betreffende kelder zeer beperkt is. Toelichting De kelder of het souterrain moet een ondergeschikte verdieping blijven ten opzichte van de rest van het pand. Dit geldt niet alleen ten opzichte van de hoofdverdieping maar ook ten opzichte van de overige verdiepingen. Omwille van deze ondergeschiktheid en mede gezien de aanlegdiepte van de gemiddelde bestaande fundering is als maximale vrije stahoogte 2600 mm aangehouden. De maat geldt vanaf de constructieve vloer tot de onderzijde van de erboven gelegen constructieve vloer (bijvoorbeeld de onderzijde van de balken), niet tot bijvoorbeeld een eventueel verlaagd plafond.

Rechtspraak bij dit artikel