Uitgangspunten
Voor het aanbrengen van isolerende voorzieningen mogen geen monumentale onderdelen, zoals vloerenafwerkingen worden verwijderd of ontmanteld.
Op een monumentale vloerafwerking mag in beginsel geen verhoogde (geïsoleerde) vloer worden aangebracht.
Verhoogde of zwevende vloeren mogen niet leiden tot het inkorten van hoog monumentale deuren.
Verhoogde en zwevende vloeren mogen niet leiden tot het aanpassen of verplaatsen van monumentale trappen.
Monumentale onderdelen, zoals lambriseringen of plinten die onderdeel zijn van het interieur, mogen niet geheel of gedeeltelijk door verhoogde vloeren aan het zicht worden onttrokken.
Toelichting
Het toepassen van thermische isolatie is goed mogelijk mits dit niet ten kosten gaat van monumentale onderdelen. Bij een monumentale vloerafwerking wordt bedoeld een afwerkvloer zoals parket, plavuizen of tegels. Het betreft niet de monumentale draagvloer (vloerplanken). Hier bestaan wel mogelijkheden om een geïsoleerde vloer aan te brengen. In veel gevallen is wanneer van boven af isoleren niet goed mogelijk is het wel mogelijk om vanaf de onderzijde isolatie aan te brengen of om tussen het plafond en de vloerisolatie toe te passen. In het geval van isolatie t.b.v. geluid en/of brandwerendheid bij een (bestaande) woning of functie scheidende vloer zal bij de aanwezigheid van monumentale elementen (vloerafwerking, plafonds, deuren) moeten worden gezocht naar een passende oplossing. Bij het aanbrengen van deze noodzakelijke brandwerende of geluidsisolerende scheiding zal gekeken moeten worden waar deze de minste impact heeft op het monument.