**1..** Na ontvangt van een melding toetst de burgemeester de melding op basis van:
Ernst
Concreetheid
Ontvankelijkheid van de melding
Controleerbaarheid
De positie of persoon van de bron en van het raadslid in kwestie
**2..** De burgemeester kan er bij de toetsing van een melding voor kiezen de melder, het raadslid waarover de melding is gedaan en andere betrokkenen te ondervragen.
**3..** De burgemeester kan ervoor kiezen zich in de toetsing van de melding te laten bijstaan door de griffier, een onafhankelijke interne deskundige of een onafhankelijke externe deskundige. Een externe deskundige kan bijvoorbeeld het Steunpunt Integriteitsonderzoek Politieke Ambtsdragers (SIPA) zijn.
**4..** Op basis van de duiding besluit de burgemeester:
De melding niet verder te behandelen
De melder door te verwijzen
De persoon die de melding betreft uit te nodigen voor een gesprek
Een onderzoek in te stellen
Aangifte te doen
**5..** Indien de burgemeester vaststelt dat een melding onvoldoende ernstig, concreet, ontvankelijkheid of controleerbaar is kan hij/zij besluiten de melding niet verder te behandelen. Ook kan de burgemeester de melder doorverwijzen naar een traject dat beter bij de aard van de melding past.
**6..** Indien de burgemeester vaststelt dat een melding voldoende ernstig, concreet, ontvankelijk en ontroleerbaar is kan hij/zij besluiten het raadslid waarover een melding is gedaan uit te nodigen voor een gesprek. Er kan immers bij deze persoon sprake zijn van een misverstand of onwetendheid. Van dit gesprek wordt een verslag gemaakt dat moet worden ondertekend door de burgemeester en het raadslid in kwestie.
**7..** Indien het raadslid in kwestie wenst het gespreksverslag niet te ondertekenen, wordt daarvan melding gemaakt bij het verslag. Als het raadslid in kwestie dat wenst kan hij/zij een schriftelijke toevoeging aan het verslag doen.
**8..** In het geval het raadslid in kwestie niet ingaat op de uitnodiging zoals bedoeld in het zesde lid, kan de burgemeester er voor kiezen in overleg te treden met het presidium of een onderzoek in te stellen, zoals bedoeld in het volgende lid.
**9..** Indien de burgemeester vaststelt dat een melding voldoende ernstig, concreet, ontvankelijkheid en controleerbaar is kan hij/zij besluiten een onderzoek in te stellen.
**10..** Als er op enig moment vermoeden bestaat van een strafbaar feit doet de burgemeester hiervan aangifte bij de politie. De burgemeester informeert het presidium over de aangifte, tenzij de omstandigheden dit beletten.
**11..** Bij het doen van aangifte wordt alle beschikbare en tot dan toe verzamelde informatie overgelegd aan de politie.
**12..** De burgemeester maakt een schriftelijk verslag van elke melding en de wijze van afhandeling.
**13..** Jaarlijks brengt de burgemeester verslag uit aan het presidium over het aantal meldingen en uitgevoerde onderzoeken op het gebied van bestuurlijke integriteit.
Artikel 3.
Toetsing van de melding
Onderdeel van Meldingsprotocol vermoedens van schendingen integriteit volksvertegenwoordigers gemeente Castricum 2026