Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 7.4

Artikel 7.4.1

Doelgroep

Onderdeel van Verordening Werk, Participatie, Inkomen en Schuldhulp gemeente Boekel 2026

1.. De inkomenstoeslag is bedoel voor de inwoner van 21 jaar of ouder, maar jonger dan de AOW-leeftijd, die: in een ononderbroken periode van 36 maanden een inkomen heeft gehad dat lager is dan 120% van de bijstandsnorm; geen goede financiële buffer heeft; en geen uitzicht heeft op verbetering van het inkomen; en niet eerder over dat kalenderjaar een individuele inkomenstoeslag heeft ontvangen. 2.. Een aanvraag als bedoel in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet, moet worden ingediend op een daartoe bestemd aanvraagformulier, onder overlegging van de benodigde bewijsstukken. Een aanvraag voor de individuele inkomenstoeslag kan worden gedaan gedurende het gehele kalenderjaar, als mede het eerste kwartaal daarop volgend, waarop de aanvraag ziet. De gemeente kan ook de individuele inkomenstoeslag ambtshalve verstrekken. 3.. Een inwoner komt niet in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag als aan hem in het jaar dat vooraf gaat aan de aanvraagdatum een maatregel is opgelegd omdat hij zich niet heeft gehouden aan een arbeids- of re-integratieverplichting als bedoeld in de Participatiewet en/of IOAW en/of IOAZ. 4.. Een inwoner komt niet in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag als deze onderwijs volgt of in de referteperiode heeft gevolgd en daardoor naar het oordeel van de gemeente perspectief heeft op verbetering van de inkomenssituatie binnen een periode van een jaar. Het gaat dan om onderwijs dat het Rijk bekostigd. 5.. Het vermogen wordt vastgesteld op de aanvraagdatum. 6.. De individuele inkomenstoeslag wordt verstrekt per kalenderjaar. 7.. Bij een voor 1 januari 2026 toegekende individuele inkomenstoeslag wordt voor de toepassing van dit artikel de peildatum geacht te zijn bepaald op 1 januari van dat jaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel