Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 18:1:1:1

Algemene bepalingen

Onderdeel van CAR/UWO

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: betrokkene: de ambtenaar of gewezen ambtenaar in de zin van de CARH, die is aangesteld in vaste dienst, of in tijdelijke dienst voor minimaal twee jaar dan wel in tijdelijke dienst bij wijze van proef; woonplaats: de gemeente of het bij name genoemde deel daarvan waar de betrokkene woont; woongebied: Het woongebied als genoemd in artikel 15:1:16 bestaande uit de volgende gemeenten: Kern: Houten inclusief Schalkwijk, ’t Goy en Tull en’t Waal;Regio: Amersfoort, Baarn, De Bilt, Bunnik, Breukelen, Buren, Culemborg, Geldermalsen, Hilversum, Leerdam, Leusden, Lingewaal, Loenen, Lopik, Loosdrecht, Maarn, Maarssen, Montfoort, Neerijnen, Nieuwegein, Oudewater, De Ronde Venen, Soest, Tiel, Utrecht, Utrechts Heuvelrug, Vianen, Woerden, Woudenberg, Wijdemeren, Wijk bij Duurstede, IJsselstein, Zederik en Zeist; plaats van tewerkstelling: de gebruikelijke ingang van het gebouw, gebouwencomplex, terrein of vaartuig waar de betrokkene gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht, dan wel, indien de uitoefening van het ambt zich uitstrekt over een ambtsgebied, de door het bestuursorgaan aangewezen plaats; gezinsleden: de echtgenoot, geregistreerde partner van de betrokkene en de kinderen, stief- en pleegkinderen van hemzelf en/of van zijn echtgenoot, geregistreerde partner, voor zover zij met hem samenwonen; eigen huishouding voeren: het zelfstandig en voor eigen rekening bewonen van woonruimte voorzien van eigen meubilair en stofferng, een en ander ter beoordeling van het bestuursorgaan. berekeningsbasis: het twaalfvoud van de bezoldiging - in de zin van artikel 3:1, dan wel hetgeen daarmede overeenkomt ingeval dat artikel niet op hem van toepassing is - die betrokkene geniet op het berekeningstijdstip, vermeerderd met de aanspraak op de vakantie-uitkering en in voorkomende gevallen verhoogd met: genoten wachtgeld of uitkering krachtens hoofdstuk 10 of 11 of genoten werkloosheidsuitkering krachtens de WW en eventueel hoofdstuk 10a; genoten uitkering krachtens dan wel overeenkomstig hoofdstuk 9 van het pensioenreglement; genoten herplaatsingstoelage krachtens paragraaf 9 van het pensioenreglement; berekeningstijdstip: datum waarop de betrokkene verhuist; indien de betrokkene verhuist voor de datum dat de functie feitelijk wordt vervuld, de datum van ingang van de functievervulling; bij het overlijden of ontslag van de betrokkene, de datum waarop laatstelijk bezoldiging werd genoten. verplaatsen of verplaatsing: verhuizen of verhuizing naar de kern of regio als bedoeld in artikel 18:1:1:1 onder c (CAR). Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel g. wordt, indien de betrokkene in het genot is van een toelage voor het verrichten van onregelmatige dienst, van een toelage ter compensatie van het verlies van de toelage voornoemd, of van een toelage voor het verrichten van beschikbaarheidsdiensten, dit bezoldigingsdeel vastgesteld op het bedrag dat de betrokkene gedurende de drie kalendermaanden voorafgaande aan het berekeningstijdstip gemiddeld per maand aan deze toelagen heeft genoten. Bij de toepassing van dit hoofdstuk wordt artikel 1:2:1 in acht genomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel