Op de eerste werkdag waarop de medewerker niet in staat is om te werken, moet deze zich voor 9.30 uur ziekmelden bij de direct leidinggevende. Bij afwezigheid van de leidinggevende wordt de ziekmelding doorgegeven aan de daarvoor aangewezen persoon.
Bij de ziekmelding moet de medewerker de volgende punten vermelden:
de vermoedelijke duur van de ziekte;
het verpleegadres;
het telefoonnummer waar de medewerker tijdens de ziekte te bereiken is;
of de ziekte het gevolg is van een bedrijfsongeval;
of er sprake is van zwangerschap en of de ziekte daar een gevolg van is.
Wijziging van het opgegeven verpleegadres en/of telefoonnummer tijdens de ziekte moet direct worden doorgegeven aan de leidinggevende.
Bij de ziekmelding kan de medewerker de volgende punten vermelden:
de aard en de achtergrond van de ziekte;
of een arts is geraadpleegd;
of het verzuim te maken heeft met omstandigheden op het werk.