Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3:1:1:14

Vermindering toelage niet door schuld ambtenaar

Onderdeel van CAR/UWO

Aan de ambtenaar wiens bezoldiging, als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in artikel 3:3:1:1 een blijvende verlaging ondergaat, wordt door het college een aflopende toelage toegekend, indien: die blijvende verlaging ten minste 3% bedraagt van de som van het salaris en de toelagen bedoeld in artikel 3:1:1:12; de ambtenaar de toelage, als bedoeld in artikel 3:3:1:1, direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende ten minste 2 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt aan de ambtenaar van 55 jaar of ouder, wiens bezoldiging als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage, als bedoeld in artikel 3:3:1:1, een blijvende verlaging ondergaat, een blijvende toelage toegekend indien de ambtenaar de toelage als bedoeld in artikel 3:3:1:1 direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende ten minste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten. De in het eerste lid bedoelde aflopende toelage gaat, wanneer de ambtenaar de leeftijd van 55 jaar bereikt en hij, onmiddellijk voor de aanvang van die toelage, gedurende ten minste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking een toelage als bedoeld in artikel 3:3:1:1 heeft genoten, over in een blijvende toelage als bedoeld in het vorige lid. Voor de toepassing van de voorgaande leden wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden. Het college stelt voor de uitvoering van dit artikel nadere regels vast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel