Er wordt geen kwijtschelding verleend als:
uit de verstrekte gegevens blijkt dat de uitgaven hoger zijn dan het inkomen, en de belastingschuldige heeft niet voldoende uitleg gegeven over het verschil;
het de belastingschuldige is te verwijten dat de belastingaanslag niet kan worden betaald, bijvoorbeeld wanneer:
een belastingteruggave niet is gebruikt om de schuld te betalen (tenzij het om een voorlopige teruggave gaat);
er op enig moment voldoende geld aanwezig was om de aanslag te betalen, maar de belastingschuldige toch niet heeft betaald;
de belastingaanslag(en) binnen de minnelijke en/of wettelijke schuldsaneringsregeling valt, tenzij er een akkoord is zoals bedoeld in de wet;
de invorderingsambtenaar heeft extra voorwaarden gesteld waaraan nog niet is voldaan. Als aan die voorwaarden wordt voldaan, kan alsnog kwijtschelding worden verleend;
daarnaast wordt geen kwijtschelding verleend voor belasting die waarschijnlijk binnen korte tijd betaald kan worden, bijvoorbeeld als:
er binnen een jaar na het verzoek een verbetering in de financiële situatie van de belastingschuldige wordt verwacht;
er binnen een jaar na het verzoek een belastingteruggave wordt verwacht, anders dan de voorlopige teruggave.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.10
Artikel 4.10.10
Wanneer wordt er geen kwijtschelding verleend?
Onderdeel van Leidraad invordering gemeente Rijswijk