Burgemeester en wethouders gaan respectvol met elkaar om en houden zich aan de volgende afspraken over hoe met elkaar om te gaan tijdens vergaderingen, bijeenkomsten en daarbuiten:
**1..** We vallen elkaar niet persoonlijk aan;
**2..** We twijfelen er niet aan dat burgemeester en wethouder vanuit zijn eigen opvatting het algemeen belang oprecht dient en de rechten van individuen wil beschermen;
**3..** We erkennen en bevestigen de ander in zijn rol als burgemeester of wethouder;
**4..** We komen in de openbaarheid op voor elkaar en voor het ambt. We accepteren niet dat een collega (burgemeester, wethouder of raadslid) onheus wordt bejegend en treden daar actief tegen op;
**5..** Voelt men zich gekwetst of onheus bejegend, dan gaat men in gesprek met degene in kwestie. Indien gewenst vindt dit onder begeleiding plaats;
**6..** We acteren niet op basis van aannamen, roddels of niet-geverifieerde informatie over collega’s (burgemeester, wethouders, raadsleden, commissieleden, griffieleden en andere ambtenaren).
Paragraaf 6
Artikel 6.1
Artikel 6.1
Onderdeel van GEDRAGSCODE INTEGRITEIT BURGEMEESTER EN WETHOUDERS 2026