**1..** Bij het onderzoek, zoals bedoeld in artikel 8, controleert het college de identiteit van de jeugdige en zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger.
**2..** Het controleren van de identiteit gebeurt in ieder geval aan de hand van een identiteitsbewijs als dit naar het oordeel van het college noodzakelijk en evenredig is:
gelet op de zwaarte van de te bieden jeugdhulp;
ter voorkoming van fraude; of
ter controle van het wettelijk gezag van de ouder(s) of de wettelijk vertegenwoordiger over de jeugdige.
**3..** Onder identiteitsbewijs wordt verstaan: een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht of, ten aanzien van personen zonder de Nederlandse nationaliteit:
een vreemdelingendocument van het type I, II, III, IV of EU/EER;
een verblijfskaart van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (legale vreemdelingen);
een buitenlands paspoort; of
een vreemdelingendocument van het type W (asielzoekers).