**1..** Mandaat wordt uitsluitend uitgeoefend binnen de grenzen van:
het toegewezen taakveld of werkgebied;
de bijhorende budgetten en bevoegdheden als opgenomen in de Budgethoudersregeling;
de functie van de gemandateerde.
**2..** Mandaat is niet toegestaan in de volgende gevallen:
Het betreft vaststelling van beleid, beleidsregels of algemeen verbindende voorschriften;
Het besluit wijkt af van bestaand beleid of leidt tot precedentwerking zonder bestuurlijke afstemming;
Er is sprake van overschrijding van het budget of krediet of er is sprake van een groot financieel of politiek risico;
De mandaatgever of de directeur heeft aangegeven het besluit zelf te willen nemen;
Het betreft een aangelegenheid waarbij de gemandateerde een persoonlijk belang heeft;
Het betreft een bevoegdheid die volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen of de GR 1Stroom is voorbehouden aan een specifiek bestuursorgaan;
Het betreft benoemingen of schorsingen van functionarissen voor wie dat is uitgesloten in bijlage 1 of 2;
Het betreft een bevoegdheid die reeds gemandateerd is aan een andere functionaris of instantie op grond van een andere regeling.
**3..** De directeur informeert de mandaatgevers op periodieke basis over de uitoefening van mandaten wanneer daartoe aanleiding bestaat, of op hun verzoek.
**4..** Bij twijfel over de toepassing van mandaat of ondermandaat prevaleert overleg met de directeur en/of mandaatgever.
**5..** In geval van strijdigheid tussen de Budgethoudersregeling en het Mandaatbesluit over de financiële grenzen, prevaleert de Budgethoudersregeling en kan de bevoegdheid niet in mandaat worden uitgeoefend.
**6..** In geval van een bezwaarschrift wordt het mandaat niet uitgeoefend door degene die het primaire besluit heeft genomen, tenzij het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is.
Artikel 5
– Uitzonderingen, beperkingen en randvoorwaarden van het mandaat
Onderdeel van Mandaatregeling 1Stroom 2026