Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.2

Pandgebonden handhaving

Onderdeel van Beleidsregel artikel 13b Opiumwet (Wet Damocles) gemeente Westerwolde juli 2026

Het toepassen van de bestuursrechtelijke maatregel is pandgebonden en niet persoonsgebonden. Het Damoclesbeleid is erop gericht het woon- en leefklimaat te beschermen en situaties van gevaar of bedreiging weg te nemen of te voorkomen. Van belang is de enkele constatering dat in een woning of een lokaal sprake is of is geweest van voorbereidende handelingen, verkoop, aflevering, verstrekking of het aanwezig zijn van tenminste een handelshoeveelheid drugs. Een afwijken hierop vormt de situatie dat een persoon, na een eerdere constatering van drugshandel door deze persoon in een pand, zich opnieuw schuldig maakt aan drugshandel in een ander pand. In een dergelijk geval wordt bij de op te leggen sanctie de eerste constatering van drugshandel (in dat andere pand) meegewogen als zijnde constatering van drugshandel in het nieuwe pand. Als er sprake is van een overtreding in een door de overtreder gehuurd pand, kan er ook handhavend worden opgetreden op grond van dit Damoclesbeleid. In beginsel is het niet relevant of de eigenaar, huurder, bewoner of een derde de overtreding heeft begaan. De feitelijke constatering is voldoende om tot handhaving over te gaan op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Zowel aan de huurder als aan de eigenaar kan de last worden opgelegd. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling kan de eigenaar van een pand als overtreder worden aangemerkt als hij wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat zijn pand werd gebruikt voor drugsproductie of drugshandel. 8 ABRvS 11 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2362; ABRvS 9 juli 2014, ECLI:NL:RVS2014:2562; ABRvS 21 januari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:130. Als er sprake is van een woning waarin kamerverhuur plaatsvindt en de handel in drugs in één van de verhuurde kamers is geconstateerd dan kan, bij een overtreding, een gedeeltelijke sluiting van de woning worden overwogen. Uit jurisprudentie met betrekking tot artikel 8 ERVM blijkt dat aan een 'onschuldige' bewoner passende vervangende woonruimte moet worden aangeboden.9 ABRvS 12 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4046. Onder een onschuldige bewoner wordt in beginsel verstaan een bewoner, die niet met de drugshandel in en rond het pand te maken heeft. Gelet op het Verdrag van de rechten van het kind behoeft dit extra aandacht indien er kinderen bij de situatie betrokken zijn. Er kunnen zich situaties voordoen waarbij een hennepkwekerij wordt aangetroffen in een woning of lokaal en de hennepplanten reeds zijn geoogst ten behoeve van verkoop, aflevering of verstrekking van drugs. Er wordt hierbij dan geen handelshoeveelheid drugs aangetroffen. In dergelijke gevallen waarbij de aard en omvang van de kweekruimte(n) zodanig is dat hieruit duidelijk blijkt dat er meer dan een handelshoeveelheid drugs aanwezig was (aanwezige lampen, bloempotten, overige kweek-benodigdheden etc.), dan valt het betreffende pand wel onder de werking van artikel 13b van de Opiumwet. Het pand is gebruikt ten behoeve van de productie en/of handel in drugs. Dergelijke gevallen worden gelijk gesteld met de situatie dat de betreffende drugs wel waren aangetroffen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel