Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8

Artikel 8.2.

Reis- en verblijfkosten raads-, commissie- en burgerleden

Onderdeel van Verordening op de commissies en organisatie van de gemeenteraad 2026

1.. Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raads-, commissie- of burgerlid vergoed: de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; bij gebruik van een eigen auto € 0,35 per afgelegde kilometer, waarvan € 0,23 onbelast; bij gebruik van eigen auto tevens de parkeer-, veer- en tolkosten. 2.. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 3.. Als een raads-, commissie- of burgerlid een functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed. 4.. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfskosten die een raads-, commissie- of burgerlid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel