Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.13

Vrijlaten van giften in individuele gevallen

Onderdeel van Beleidsregels werk, inkomen en bijzondere vergoedingen Lingewaard 2026

2.13.1.. Bij de beoordeling of giften in een individueel geval en uit het oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn als bedoeld in artikel 31, lid 2, onder m. en onder s. van de Wet, beschouwt het college de volgende categorieën giften in ieder geval als verantwoord: giften die worden verstrekt en ingezet voor kosten waarvoor anders bijzondere bijstand verleend had kunnen worden; giften die worden ingezet voor medisch noodzakelijke kosten; giften waarmee probleemschulden zijn afgelost die zijn ontstaan vóór de ingangsdatum van de algemene bijstand; overige giften tot een totaalbedrag van € 1200,00 per kalenderjaar; 2.13.2.. Het college laat een gift met een specifieke bestemming volledig vrij als deze bedoeld is voor een duidelijk omschreven doel, zoals het betalen van een specifieke rekening, aankoop van een bepaald product of het vergoeden van een vastgestelde kostenpost. De belanghebbende toont op verzoek aan – bijvoorbeeld door een betaalbewijs, factuur, bankafschrift of korte toelichting – dat de gift ook daadwerkelijk voor dit doel is gebruikt. 2.13.3.. Overige giften laten wij vrij tot een bedrag van € 1200,00 per kalenderjaar. Dit betreft zowel geldelijke giften als giften in natura, waarbij de belanghebbende een redelijke waardering hanteert. 2.13.4.. Zolang het totaal van giften met een specifieke bestemming en overige giften in een kalenderjaar onder € 1200,00 blijft, bestaat geen meldingsplicht. Zodra dit totaal € 1200,00 of meer bedraagt, meldt de belanghebbende dit aan het college. Het college beoordeelt vervolgens of sprake is van een gift met een specifieke bestemming of een overige gift. Als de gift uit oogpunt van bijstandsverlening verantwoord is, kan ook het bedrag boven € 1200,00 worden vrijgelaten. 2.13.5.. Giften van instanties zoals de Voedselbank laten wij volledig vrij. Deze giften tellen niet mee voor het vrijlatingsbedrag van € 1200,00 en hoeven nooit te worden gemeld. 2.13.6.. Structurele of periodieke bijdragen van derden voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan (zoals huur, zorgverzekering, boodschappen of nutsvoorzieningen) worden beschouwd als kostenbesparend. Deze bijdragen tellen niet mee als inkomen of vermogen, zolang het totaal van deze bijdragen, giften met een specifieke bestemming en overige giften samen minder dan €1200,00 per kalenderjaar bedraagt. Bij overschrijding beoordeelt het college per situatie of het meerdere als middel bij de bijstandverlening wordt betrokken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel