**2.17.1..** Bij het terugbetalen van een vordering houdt het college altijd rekening met de beslagvrije voet zoals bedoeld in artikel 475c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De aflossing wordt nooit hoger vastgesteld dan wat de inwoner redelijkerwijs kan missen.
**2.17.2..** Wanneer het inkomen van de inwoner gelijk is aan de toepasselijke bijstandsnorm, wordt het maandelijkse aflossingsbedrag vastgesteld op 5% van die norm.
**2.17.3..** Wanneer het inkomen hoger is dan de toepasselijke bijstandsnorm, bestaat de aflossing uit:
5% van de bijstandsnorm, plus
50% van het deel van het inkomen dat boven de bijstandsnorm uitkomt, met inachtneming van de beslagvrije voet.
**2.17.4..** Voor het terugbetalen van een lening gelden de afspraken die bij het verstrekken van de lening zijn vastgelegd. Indien toepassing van de beslagvrije voet ertoe leidt dat de inwoner minder kan aflossen dan eerder afgesproken, wordt het aflossingsbedrag daarop aangepast.
**2.17.5..** Het college gaat bij leningen in de regel uit van een aflosperiode van 36 maanden, tenzij dit vanwege de aard van de regeling (zoals bij Bbz-leningen) niet passend is.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.17
Invordering
Onderdeel van Beleidsregels werk, inkomen en bijzondere vergoedingen Lingewaard 2026