**4.1.1..** Voor de berekening van het inkomen volgens dit hoofdstuk vergelijken we inkomsten inclusief vakantietoeslag altijd met de toepasselijke bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag en inkomsten zonder vakantietoeslag met de norm zonder vakantietoeslag. Bij een combinatie van inclusief en exclusief rekenen we één van beide om.
**4.1.2..** Bijzondere bijstand wordt alleen verleend als iemand de kosten niet zelf kan betalen. Het bedrag dat de inwoner zelf kan betalen, noemen we draagkracht.
**4.1.3..** Om de draagkracht te berekenen, betrekken we zowel inkomen en vermogen.
**4.1.4..** De draagkracht uit inkomen stellen we vast op het inkomen boven 120% van de toepasselijke bijstandsnorm.
**4.1.5..** In afwijking van het vierde lid stellen we de draagkracht vast op het inkomen boven 100% van de toepasselijke bijstandsnorm bij:
woonkostentoeslag;
kosten voor woninginrichting;
de eigen bijdrage kosten kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie.
Onder de toepasselijke bijstandsnorm wordt verstaan de norm op grond van de Participatiewet die voor betrokkene geldt, met inbegrip van de kostendelersnorm indien van toepassing.
** 4.1.6. .** We gaan bij de berekening uit van het inkomen in de maand vóór de aanvraag. Bij sterk wisselende inkomsten gebruiken we het gemiddelde over de laatste drie maanden. Het inkomen boven 120% (of 100% bij woonkostentoeslag en woninginrichting) rekenen we om naar een jaarbedrag.
** 4.1.7. .** Als de inwoner in een schuldregelingstraject zit, of als er beslag gelegd is op het inkomen van de inwoner, gaan we bij berekening uit van het draagkracht uit het werkelijk beschikbare inkomen.
** 4.1.8. .** Voor de draagkracht uit vermogen geldt:
Alleen het deel van het vermogen dat boven de vermogensgrens uitkomt uit artikel 34 van de Wet, wordt betrokken bij de draagkrachtberekening. Vermogen onder deze grens leidt niet tot draagkracht.
Bij inwoners met een lopende uitkering wordt het vermogen alleen opnieuw vastgesteld wanneer:
het vermogen 20% of meer stijgt of daalt ten opzichte van de laatst vastgestelde waarde, of
dit noodzakelijk is voor de beoordeling van een nieuwe aanvraag bijzondere bijstand.
De vaststelling van het vermogen volgt de regels zoals opgenomen in hoofdstuk 2 van deze beleidsregels.
**4.1.9. .** De berekende totale draagkracht geldt voor een jaar (een periode van twaalf maanden), gerekend vanaf de eerste dag van de maand waarin de aanvraag gedaan is. Als er geen draagkracht is en het inkomen naar verwachting niet zal veranderen, kan deze vaststelling worden verlengd tot maximaal 36 maanden. Deze verlenging wordt alleen toegepast bij periodieke bijzondere bijstand. Denk aan terugkerende kosten zoals bewindvoering, beschermingsbewind, mentorschap, curatele.
** 4.1.10. .** De draagkracht kan tussentijds opnieuw vastgesteld worden als er een wijziging in inkomen en/of vermogen plaatsvindt, waardoor de draagkracht meer dan 10% hoger of lager wordt.
** 4.1.11. .** Bij incidentele bijzondere bijstand verrekenen we de draagkracht altijd in één keer. Bij periodieke bijzondere bijstand wordt de draagkracht automatisch verdeeld over de betreffende maanden. Alleen wanneer dit tot financiële problemen leidt, kan het college besluiten de verdeling aan te passen.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.1
Draagkracht uit inkomen en vermogen
Onderdeel van Beleidsregels werk, inkomen en bijzondere vergoedingen Lingewaard 2026