**4.18.1..** Een in een instelling verblijvende jongere van 18 tot 21 jaar die hogere kosten levensonderhoud heeft dan waar hij zelf ik kan voorzien, doet voor deze kosten in eerste instantie een beroep op zijn onderhoudsplichtige ouders.
**4.18.2..** Indien de jongere geen beroep kan doen op zijn ouders, omdat:
de middelen van de ouders niet toereikend zijn; of
de jongere het onderhoudsrecht redelijkerwijs niet te gelde kan maken
kan het college bijzondere bijstand verlenen voor de noodzakelijke kosten van levensonderhoud op grond van artikel 35 van de Wet. De hoogte van deze bijstand wordt gemaximeerd op de inrichtingsnorm zoals bedoeld in artikel 23 van de Wet, inclusief de verhoging als genoemd in het tweede lid van dat artikel.
**4.18.3..** Omdat jongeren die in een instelling verblijven geen recht hebben op algemene bijstand (artikel 13, tweede lid, onderdeel a, van de Wet), kan voor deze doelgroep geen toepassing worden gegeven aan de ophoging van artikel 20, derde lid, van de Wet. Voor hen is uitsluitend bijzondere bijstand op grond van artikel 35 van de Wet mogelijk, tot maximaal de inrichtingsnorm als bedoeld in artikel 23 van de Wet.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.18
Aanvullend levensonderhoud jongvolwassenen in een instelling
Onderdeel van Beleidsregels werk, inkomen en bijzondere vergoedingen Lingewaard 2026