Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.20

Alleenstaande ouders

Onderdeel van Beleidsregels werk, inkomen en bijzondere vergoedingen Lingewaard 2026

4.20.1.. De alleenstaande ouder, die algemene bijstand ontvangt en van de Belastingdienst in het kindgebonden budget geen alleenstaande-ouderkop (artikel 2, zesde lid, van de Wet op het kindgebonden budget) ontvangt omdat: de alleenstaande ouder – nog – een partner heeft als bedoeld in artikel 3 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, of de alleenstaande ouder recent naar Nederland gekomen is en door de Sociale Verzekeringsbank – nog – niet gezien wordt als verzekerde voor de Algemene Kinderbijslagwet, of een co-oudersituatie bestaat waarin het kind/ de kinderen op het adres van de andere co-ouder ingeschreven is/ zijn, de andere co-ouder het kindgebonden budget ontvangt en een regeling van de kosten tussen beide ouders niet mogelijk is, heeft recht op bijzondere bijstand ter hoogte van het bedrag van artikel 2, zesde lid, van de Wet op het kindgebonden budget, omgerekend naar een bedrag per maand. 4.20.2.. Bij co-ouderschap wordt de bijzondere bijstand vastgesteld naar rato van het aantal dagen per week waarop de ouder feitelijk als alleenstaande ouder fungeert, afgezet tegen een volledige week van zeven dagen. Deze berekening heeft uitsluitend betrekking op de hoogte van de bijzondere bijstand en staat los van de draagkracht- en vermogensbeoordeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel