**4.23.1..** Het college verstrekt op aanvraag een studietoeslag aan een aanvrager die voldoet aan artikel 36b van de Wet:
als rechtstreeks gevolg van een ziekte of gebrek structureel niet in staat is om naast de studie inkomsten te verwerven;
studiefinanciering ontvangt op grond van de WSF 2000 (niet zijnde het levenlanglerenkrediet) of een tegemoetkoming krijgt op grond van hoofdstuk 4 WTOS; en
geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong).
**4.23.2..** Bij de beoordeling vraagt het college in beginsel een medisch advies, tenzij zonder dat advies kan worden vastgesteld dat recht op studietoeslag bestaat.
**4.23.3..** De hoogte van de studietoeslag bedraagt ten minste het per leeftijdscategorie landelijke minimumbedrag zoals vastgesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. Het college kan hogere bedragen vaststellen.
**4.23.4..** De aanvrager die in het kader van de studie inkomsten uit een stage ontvangt, behoudt het recht op studietoeslag; het deel van de stagevergoeding boven de landelijke drempel wordt op de studietoeslag in mindering gebracht.
** 4.23.5. .** De aanvraag wordt digitaal of schriftelijk ingediend met gebruikmaking van het daarvoor bestemde formulier. Indien recht bestaat, wordt de studietoeslag toegekend vanaf de dag waarop het recht is ontstaan, voor zover deze dag niet vóór de dag van aanvraagt ligt.
** 4.23.6. .** In afwijking van het vijfde lid kan de studietoeslag op verzoek met terugwerkende kracht worden toegekend, indien gedurende die periode aan alle wettelijke voorwaarden is voldaan. Er wordt geen studietoeslag met terugwerkende kracht toegekend vóór 1 april 2022.
** 4.23.7. .** De studietoeslag wordt maandelijks uitbetaald. Indien met terugwerkende kracht wordt toegekend, vindt uitbetaling van dat deel plaats als bedrag ineens.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.23
Studietoeslag
Onderdeel van Beleidsregels werk, inkomen en bijzondere vergoedingen Lingewaard 2026