Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Reikwijdte mandaat en machtiging

Onderdeel van Mandaat- en machtigingsbesluit Jeugdwet 2026

1.. Onverminderd het bepaalde in artikel 4 van dit Mandaatbesluit is mandatering en/of machtiging als bedoeld in dit Mandaatbesluit beperkt tot de volgende bevoegdheden: het doen van onderzoek naar aanleiding van een aanvraag tot verlening van jeugdhulp met hulpvraag en bijbehorende afstemming met andere betrokkenen in het veld (artikel 2.3 en 2.7, eerste lid, van de Jeugdwet); het treffen van jeugdhulp voorzieningen en toeleiding naar een voorziening als geen ander wettelijk regime van toepassing is op de hulp die een jeugdige nodig heeft (artikel 1.2, 2.3 en 8.1.5 van de Jeugdwet); het nemen van besluiten over de toekenning, herziening en intrekking van een persoonsgebonden budget (artikel 8.1.1 en 8.1.4 van de Jeugdwet); het doen van een verzoek tot onderzoek bij de raad voor de kinderbescherming (artikel 2.4, eerste lid, van de Jeugdwet); het ondersteunen van en vanuit de organisatie samen met het gezin regie voeren op de in te zetten kinderbeschermingsmaatregelen, van de jeugdreclassering en inzetten van en regie voeren op de jeugdhulp die voortvloeit uit een strafrechtelijke of civielrechtelijke beslissing (artikel 2.4, tweede en derde lid, van de Jeugdwet); het indienen van een verzoek gericht het verkrijgen van een machtiging, een spoedmachtiging of een voorwaardelijke machtiging om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven (artikel 6.1.8, 6.1.2, 6.1.3 en 6.1.4 van de Jeugdwet) waar telkens de instemming van een gekwalificeerde gedragswetenschapper die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht benodigd is (artikel 6.1.2, vijfde lid, en 6.1.3., derde lid, en 6.1.4., derde lid, van de Jeugdwet); het nemen van een besluit ingeval van toepassing van Paragraaf 4.1.3.2 van de Awb (Dwangsom bij niet tijdig beslissen), waarbij een dergelijk besluit samenhangt met het te laat beslissen op een aanvraag om toekenning van een voorziening dan wel persoonsgebonden budget. het in behandeling nemen van en binnen de wettelijke termijn een besluit nemen op de verzoeken met betrekking tot de rechten van betrokkenen, zoals opgenomen in Hoofdstuk III – Rechten van de betrokkene van de Algemene Verordening Gegevensbescherming, met betrekking tot de eigen, al dan niet afgeronde, dossiers en de afgeronde dossiers ten tijde van de behandeling door OF van de voormalige jeugdhulpaanbieder GO! voor jeugd. Dit omvat onder meer, maar niet uitsluitend, het in behandeling nemen van de verzoeken met betrekking tot het recht van inzage van de betrokkene, conform artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming, en het recht op gegevenswissing, conform artikel 17 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. het inhoudelijk voorbereiden van, het voeren van verweer en het vertegenwoordigen van het college van burgemeester en wethouders in bestuursrechtelijke procedures, voor zover deze betrekking hebben op besluiten die binnen het verleende mandaat zijn genomen. Dit mandaat strekt zich niet uit tot het beslissen op bezwaar en het instellen van beroep of hoger beroep. Voor het instellen van beroep of hoger beroep inzake procedures die betrekking hebben op besluiten die binnen het verleende mandaat zijn genomen, is voorafgaand toestemming nodig van het college van burgemeester en wethouders. In geval beroep of hoger beroep wordt ingesteld tegen een besluit dat binnen het verleende mandaat is genomen, wordt de zaak door de directeur bestuurder (ondermandaat is toegestaan) inhoudelijk voorbereid en verweer gevoerd, bijgestaan door één andere, door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen, gemachtigde. 2.. De bevoegdheid om besluiten te nemen, impliceert de bevoegdheid tot ondertekening namens het College.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel