Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Eerste bewonersvergunning (laag tarief)

Onderdeel van Uitwerkingsbesluit Parkeren Oss en Ravenstein 2026

1.. Het college kan aan een bewoner op aanvraag een ‘eerste bewonersvergunning’ verlenen voor de parkeervergunningzone waarin de aanvrager woonachtig is, indien: de aanvrager kentekenhouder van het motorvoertuig of gemotoriseerd voertuig op drie of meer wielen met een kenteken is, niet zijnde een voertuig bestemd voor recreatief gebruik, of krachtens een leaseovereenkomst feitelijk gebruiker van het motorvoertuig is, en de aanvrager woonachtig (woonadres) is in een gebied waar parkeerregulering van kracht is, en de aanvrager op het woonadres niet beschikt, zou kunnen beschikken of heeft kunnen beschikken over een eigen parkeervoorziening, en op het betreffende adres niet reeds een eerste bewonersvergunning verstrekt is, en de aanvrager niet reeds in het bezit is van een eerste bewonersvergunning, en de aanvrager op hetzelfde adres niet reeds in het bezit is van een bedrijfsvergunning voor het betreffende gebied, en het betreffende adres per 1 juli 2023 een bestaand adres is in de BAG en op deze datum een woonbestemming kent. 2.. Een aanvraag wordt beoordeeld op andere regels en bepalingen zoals vastgelegd zijn in onder andere (maar niet uitsluitend) bestemmingsplannen, parkeernormen en bouwvergunningen én wordt beoordeeld aan de parkeerdruk. 3.. Een eerste bewonersvergunning wordt altijd verleend op kenteken. 4.. Een eerste bewonersvergunning wordt verleend voor de duur van één jaar. 5.. Een eerste bewonersvergunning van een vergunninghouder is alleen geldig in het gebied waarvoor deze is afgegeven. 6.. Indien één (of meerdere) terrein(en) in een zone behorend tot het Centrumgebied tijdelijk niet bruikbaar of toegankelijk is (zijn), mag op aangeven van de gemeente met de eerste bewonersvergunning in een andere zone behorend tot het Centrumgebied dan wel in een Schilgebied geparkeerd worden. 7.. Aan de eerste bewonersvergunning kunnen aanvullende beperkingen en voorschriften worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is. 8.. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen aan eigenaren of houders van motorvoertuigen die niet voldoen aan één van de in het eerste lid genoemde voorwaarden, met dien verstande dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld, waarbij gelijk hierbij betrekking heeft op het parkeergedrag annex de parkeernoodzakelijkheid.

Rechtspraak bij dit artikel