Het college bekijkt regelmatig of er aanleiding is een besluit over een verstrekking van een individuele voorziening in natura of pgb te heroverwegen.
Het college kan, naast artikel 8.1.4 Jeugdwet, een besluit over een individuele voorziening in natura of pgb herzien of intrekken als wordt vastgesteld dat de jeugdige of zijn ouder(s):
onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt terwijl juiste gegevens tot een ander besluit zouden hebben geleid;
niet langer is aangewezen op de individuele voorziening of het pgb;
de individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend is;
niet voldoet aan de voorwaarden die aan de voorziening in natura of het pgb zijn verbonden;
de individuele voorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruikt dan waarvoor deze bestemd is;
met het pgb jeugdhulp wordt betrokken van een aanbieder tegen wie bezwaren zijn ontstaan, als bedoeld in artikel 19, derde lid.
Een besluit tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is gebruikt voor de voorziening waarvoor het is toegekend.
Een besluit tot toekenning van een voorziening in natura kan worden ingetrokken als de jeugdige of zijn ouder(s) zich niet binnen zes maanden na de besluitdatum meldt bij een jeugdhulpaanbieder.
Als een besluit is herzien of ingetrokken op grond van het tweede lid onder a (onjuiste/onvolledige gegevens), kan het college de geldschade vorderen van de te veel of ten onrechte genoten voorziening in natura of het pgb. In dat geval kan het college het ten onrechte genoten pgb bij dwangbevel invorderen.
Bij een gegrond vermoeden van een situatie als bedoeld in het tweede lid, onder a, d, e of f, kan het college de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken om de betalingen uit het pgb geheel of gedeeltelijk te onderbreken voor maximaal dertien weken.
HOOFDSTUK 6.
Artikel 25.
Herziening, intrekking, opschorting en terugvordering
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Eersel 2026