De huisarts, medisch specialist of jeugdarts verwijst, wanneer hij dat noodzakelijk acht, na een melding van een hulpvraag van een jeugdige of zijn ouder(s) door naar een jeugdhulpaanbieder die door de gemeente is gecontracteerd.
Om te zorgen voor een deskundige toeleiding naar, advisering over, bepaling en inzet van de individuele voorziening, houdt de jeugdhulpaanbieder zich bij de beoordeling van de hulpvraag na een verwijzing aan de regels van deze verordening en de afspraken met de gemeente binnen de contract- of subsidierelatie, waaronder het regionale protocol ‘Toegang tot jeugdhulp via de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts’.
Het protocol schrijft voor dat de jeugdhulpaanbieder bij de beoordeling van de hulpvraag het onderzoek uitvoert zoals bedoeld in artikel 8 en de toekenningscriteria toepast zoals bedoeld in artikel 13.
Bij het bepalen van aard, omvang en duur van de individuele voorziening, zoals bedoeld in het derde lid, onder c, hanteert de jeugdhulpaanbieder het principe van de goedkoopst adequate individuele voorziening.
Het protocol wordt opgenomen in de overeenkomst tussen gemeente en jeugdhulpaanbieder, om een zorgvuldige en deskundige uitvoering te waarborgen.
In deze overeenkomst is vastgelegd dat de gemeente bevoegd is om te controleren of de jeugdhulpaanbieder het protocol correct toepast. De gemeente kan daarbij toetsen of de voorgestelde individuele voorziening juist, passend en conform het principe van de goedkoopst adequate voorziening is vastgesteld, inclusief de omvang en duur daarvan.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 6a.
Doorverwijzing naar gecontracteerde jeugdhulpaanbieder door huisarts, medische specialist of jeugdarts
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Eersel 2026