De ladder voor duurzame verstedelijking biedt een wettelijk kader voor het vaststellen van het markt- of verzorgingsgebied en het introduceren van instrumenten om regionaal af te stemmen.
Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen dienen overheden op grond van het Besluit Ruimtelijke Ordening zorgvuldig af te wegen of een nieuwe vastgoedontwikkeling passend is. Dagattracties vallen onder deze werkingssfeer zowel bij nieuwbouw als bij transformatie. Kernvragen die hiervoor moeten worden beantwoord zijn:
Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling
en is deze nieuw?
Wat is het ruimtelijke verzorgingsgebied?
Is er behoefte aan de voorgenomen
ontwikkeling
Wordt leegstand voorkomen?
Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk
gebied of daarbuiten?
De introductie van het ontwikkelkader en het expertteam zijn de invulling van de ladder voor duurzame verstedelijking en voor de Noord- Hollandse gemeenten de invulling vanuit de Provinciale Omgevingsverordening om regionaal af te stemmen. Middels een ontwikkelkader en afspraken over regionale afstemming en advisering kunnen de overheden in de MRA op een kwalitatieve manier grip houden op toeristische groei. Hierbij is het streven om in de afweging flexibiliteit en kansen mee te kunnen nemen. Zo kan meebewogen worden met de marktontwikkelingen en kunnen gewenste ontwikkelingen aangejaagd worden.
Noord-Holland:
In de Provinciale Omgevingsverordening van de provincie Noord-Holland (OVNH2022) staan de regels waaraan ruimtelijke plannen in Noord- Holland moeten voldoen. Eén van de regels betreft het maken van regionale afspraken omtrent nieuwe stedelijke ontwikkelingen. “Artikel 6.13: “Een omgevingsplan kan uitsluitend voorzien in nieuwe stedelijke functies als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio daarover gemaakte schriftelijke afspraken”.
Bij het bepalen van het ruimtelijk verzorgingsgebied gaat het expliciet om de gemeenten die de belangrijkste samenhang op de betreffende markt hebben en waarbinnen de meeste wisselwerking plaats vindt. Afgesproken is dat in de MRA het verzorgingsgebied de Metropoolregio Amsterdam is. De inzet van het MRA ontwikkelkader en het MRA expertteam vormen de regionale procesafspraken waarmee deze afstemming gedaan kan worden en de juridische basis voor de vereisten van de PRV van de provincie Noord-Holland. De regionale procesafspraken moeten in de ruimtelijke ontwikkelprocedures van de 30 MRA gemeenten vastgesteld en geborgd worden.
Aviodrome – Lelystad
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR703568/#chp_6__subchp_6.2__ subsec_6.2.2__subsec_6.2.2.1
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR703568/#cmp_11__div_5
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR703568/#artrecital__content_133
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR703568/#cmp_11__div_12__content_2
Flevoland:
In Flevoland, in dit verband specifiek Lelystad en Almere als onderdeel van de MRA, stelt de Provinciale Ruimtelijke Verordening geen expliciete voorwaarden over regionale afstemming bij de totstandkoming van stedelijke voorzieningen. Ondanks dit verschil in provinciaal beleid sluiten óók de gemeenten Almere en Lelystad aan bij het MRA ontwikkelkader en expertteam aangezien deze steden ook onderdeel uitmaken van de MRA en deze afspraken de invulling voor de laddereis van regionale afstemming kunnen zijn. Dit biedt vooral ook een kans om ook in deze gemeenten te komen tot kwalitatieve keuzes bij de vergunning van nieuwe dagattracties. In beide steden is de interesse voor het ontwikkelen van nieuwe dagattracties aanwezig zowel vanuit de markt als bij de gemeenten.
Cruquius Museum – Haarlemmermeer
Artikel 2.1