Naar hoofdinhoud
1. Een subsidie voor organisatiekosten zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, en artikel 4, derde lid bedraagt: voor een ondernemersorganisatie maximaal €500,-; voor een bewonersorganisatie maximaal €10.000; voor een natuurlijk persoon of professionele partner voor de organisatiekosten van een buurtinfowinkel/steunpunt maximaal €10.000,-. 2. Een subsidie bedraagt voor activiteiten als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c: voor een bewonersorganisatie € 6 per inwoner vermenigvuldigd met het inwoneraantal dat wordt vertegenwoordigd door de desbetreffende bewonersorganisatie, met een maximum van €30.000,-; voor een ondernemersorganisatie op jaarbasis 100% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 3.000,-. 3. De hoogte van de subsidie voor buurtpreventie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder d, wordt op jaarbasis bepaald door een vergoeding per inwoner en een vergoeding per buurtprevent, namelijk: een bedrag van € 0,10 per inwoner in een statistische buurt met als peildatum 1 januari van voorgaand jaar; en een bedrag van € 10,- per buurtprevent met als peildatum 1 januari van voorgaand jaar; met dien verstande dat de subsidie voor onderdelen a en b gezamenlijk nooit minder bedraagt dan €450,-, tenzij de aanvrager een lager bedrag heeft aangevraagd. 4. Een subsidie voor een waardebon als bedoeld in artikel 4, tweede lid, bedraagt maximaal € 5.000,- per aanvraag. 5. Een subsidie als bedoeld in artikel 4, vierde lid, bedraagt 100% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 2.000,-. 6. In aanvulling op het tweede lid, onder a, kan het college, indien binnen het desbetreffende actiegebied meerdere bewonersorganisaties actief zijn, om het inwoneraantal te bepalen dat door de bewonersorganisatie daadwerkelijk wordt vertegenwoordigd een bewonersorganisatie verplichten een wijkraadpleging te houden op basis waarvan het draagvlak voor de bewonersorganisatie bepaald kan worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel