Voor het realiseren en het in werking hebben van een open bodemenergiesysteem binnen de grenzen van het interferentiegebied Osdorp centrum geldt:
Het open bodemenergiesysteem dient te worden uitgevoerd als een monobron- of doubletsysteem in het gecombineerde tweede en derde watervoerende pakket van 110 tot 210 m-mv.
Open bodemenergiesystemen uitgevoerd als recirculatiesysteem zijn niet toegestaan.
De warme bron van een doubletsysteem moet binnen de aangegeven rode zone worden gepositioneerd en de koude bron van een doubletsysteem binnen de aangegeven blauwe zone. Per zone is maximaal één bron toegestaan.
De monobron(-nen) moet(-en) binnen de aangegeven groene zones met rode of blauwe arcering worden gepositioneerd. Meerdere monobronnen zijn toegestaan per gearceerde zone.
In de blauw gearceerde groene zones dient bij toepassing van een monobronsysteem het koude bronfilter boven het warme bronfilter geplaatst te worden. In de rood gearceerde groene zones dient bij toepassing van een monobronsysteem het warme bronfilter boven het koude bronfilter geplaatst te worden. Hierbij dient het ondiepe filter in het traject 110 – 135 m-mv worden geplaatst en het diepe filter vanaf 165 m-mv met een minimale filterlengte van 10 m.
Het bodemenergiesysteem bereikt uiterlijk vijf jaar na de datum van ingebruikname een moment waarop de hoeveelheid koude die door het systeem in de bodem is toegevoegd gelijk is aan de hoeveelheid warmte, die vanaf die datum door het systeem aan de bodem is toegevoegd. Het systeem herhaalt dit telkens uiterlijk vijf jaar na het laatste moment waarop die situatie werd bereikt.
Er geldt een onderzoeksplicht om de bronnen en het leidingwerk in te passen op eigen terrein. Indien niet anders mogelijk, kan uitgeweken worden naar gemeentegrond, waar een schriftelijke goedkeuring voor moet worden aangevraagd.
Indien het redelijkerwijs niet mogelijk is om aan één of meerdere beleidsregel(s) te voldoen, kan afgeweken worden van de beleidsregel(s). Een onderbouwing van de afwijking moet, samen met een schriftelijke goedkeuring van de gemeente, bij de aanvraag van de omgevingsvergunning gevoegd worden en ter goedkeuring aan de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG) worden voorgelegd.
Artikel 2.1