Naar hoofdinhoud
1.1 beleidsregels: De beleidsregels ‘Huisvesting arbeidsmigranten gemeente Hilvarenbeek’ (BOPA); 1.2 aanspreekpunt: servicepunt voor vragen en/of opmerkingen over de geboden huisvesting voor arbeidsmigrant(en); 1.3 arbeidsmigrant: een arbeidsmigrant is een persoon die migreert (of is gemigreerd) vanuit een land, streek of stad, met als doel, vaak voor beperkte duur, om elders (beter betaald) werk te vinden/verrichten (met uitzondering van zelfstandigen en/of ondernemers) op eigen initiatief en op vrijwillige basis; 1.4 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen; 1.5 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bedrijfsvoering noodzakelijk moet worden geacht; 1.6 beheerder: een persoon aangewezen om als tussenpersoon te fungeren of zaken te beheren met betrekking tot de huisvesting van arbeidsmigranten. De beheerder is ten minste belast met het dagelijks onderhoud van de huisvestingsvoorziening, ziet toe op de veiligheid van de bewoners en is het eerste aanspreekpunt voor bewoners en omwonende en bevoegde instanties zoals hulpdiensten, toezichthouders en de gemeente en bij vragen en/ of overlast. De contact- en verblijfsgegevens van de beheerder worden minimaal één week vóór ingebruikname van de huisvestingsvoorziening via een vastgesteld formulier aan het team Veiligheid, Toezicht en Handhaving verstrekt. Bij het wijzigingen van de beheerder of gegevens van de huidige beheerder worden de gegevens van de nieuwe beheerder of de veranderde gegevens van de huidige beheerder binnen 2 werkdagen aan het team Veiligheid, Toezicht en Handhaving van de gemeente Hilvarenbeek doorgegeven; 1.7 bevoegd gezag: het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit op een aanvraag om een omgevingsvergunning, is ook bevoegd tot het wijzigen, intrekken of handhaven van een verleende omgevingsvergunning; 1.8 bouwblok: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.9 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.10 eengezinswoning: elke woning die tevens een geheel pand vormt en geschikt is voor bewoning door een persoon, al dan niet met een gezin; 1.11 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.12 grootschalige huisvesting: een huisvestingslocatie met 50 of meer arbeidsmigranten (ongeacht de locatie); 1.13 huishouden: een huishouden bestaat uit één of meer personen die op hetzelfde adres wonen en een economisch-consumptieve eenheid vormen. Van een huishouden is slechts sprake indien er bloedverwantschap, huwelijksbinding of een daaraan in intensiteit en continuïteit gelijk te stellen mate van binding tussen bewoner(s) is; 1.14 huisvesting arbeidsmigranten: tijdelijke dan wel structurele voorzieningen op een locatie ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten, die hun hoofdverblijf elders hebben, niet bedoeld voor recreatieve doeleinden; 1.15 kleinschalige huisvesting: een huisvestingslocatie met maximaal 6 arbeidsmigranten; 1.16 kleinschalig logeren: kleinschalige recreatieve activiteiten in de vorm van logies en ontbijt; 1.17 logiesgebouw: Een gebouw of gedeelte daarvan, anders dan een hotel, waarin meerdere logiesverblijven zijn gelegen en dat is gericht op het verstrekken van nachtverblijf voor een langdurige verblijfsperiode van minimaal een week en maximaal zes maanden, aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben; 1.18 logiesverblijf: Een verblijfsruimte of een samenstel van verblijfsruimten dat bestemd is voor het bieden van tijdelijk verblijf aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben. 1.19 middelgrote huisvesting: een huisvestingslocatie met minimaal 7 en maximaal 49 arbeidsmigranten. Een bedrijfswoning voor het huisvesten van een of meerdere arbeidsmigranten valt niet onder een middelgrote huisvestingslocatie; 1.20 recreatieverblijf: verblijf, inclusief nachtverblijf, voor uitsluitend recreatieve doeleinden door bij voorkeur wisselende huishoudens of daarmee gelijk te stellen groepen van personen, die hun hoofdverblijf elders hebben. Hieronder vallen verblijven voor kleinschalig logeren, vakantieparken, campings en hotels; 1.21 woning: een (gedeelte van een) gebouw, uitsluitend geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden.

Rechtspraak bij dit artikel