**1..** De adviescommissie kent punten toe aan de aanvraag op basis van tien verschillende criteria die in de onderstaande tabel staan opgenomen:
Criterium
Inhoudelijke omschrijving
a. De mate van samenhang en integraliteit van de activiteiten
Beoordeeld wordt in hoeverre de voorgestelde activiteiten logisch op elkaar aansluiten en gezamenlijk bijdragen aan de gestelde doelen in art. 9 lid 2. Er wordt gekeken of verschillende onderdelen elkaar versterken, of er sprake is van een integrale aanpak van de vraagstukken van de doelgroep en of activiteiten zijn afgestemd op relevante leefdomeinen (zoals welzijn, zorg, participatie, inclusie, onderwijs en wonen).
b. Het bereik en de toegankelijkheid van de activiteiten voor de doelgroep
Beoordeeld wordt in hoeverre de activiteiten de beoogde doelgroep daadwerkelijk bereiken en voor hen toegankelijk zijn. Hierbij wordt gekeken naar vindbaarheid, bereikstrategie, laagdrempeligheid, inclusiviteit, fysieke en digitale toegankelijkheid, betaalbaarheid en aansluiting bij de behoeften van de doelgroep.
c. De mate waarin wordt samengewerkt en afgestemd met andere partijen
Beoordeeld wordt hoe de aanvrager samenwerkt met relevante organisaties, professionals, vrijwilligersinitiatieven en andere partners. Er wordt gekeken naar de kwaliteit van de samenwerking, de afstemming van activiteiten, het voorkomen van overlap (bijvoorbeeld met bestaande voorzieningen), wettelijke (inburgerings)trajecten of (specialistische) zorg) en de gezamenlijke bijdrage aan maatschappelijke doelen.
d. De bijdrage aan de sociale basis en het benutten van buurtkracht
Beoordeeld wordt in welke mate de activiteiten bijdragen aan sterke sociale netwerken, onderlinge betrokkenheid en actieve deelname van inwoners. Er wordt gekeken naar het stimuleren van informele ondersteuning, vrijwilligerswerk, bewonersinitiatieven en de inzet van talenten en mogelijkheden binnen buurten en wijken.
e. De bijdrage aan een sterke lokale toegang
Beoordeeld wordt hoe de activiteiten bijdragen aan een herkenbare, toegankelijke en goed functionerende toegang tot ondersteuning en voorzieningen. Daarbij wordt gekeken naar signalering, doorverwijzing, samenwerking met lokale toegangspartijen en het vermogen om inwoners snel naar passende ondersteuning te leiden.
f. De kwaliteit en uitvoeringskracht van de aanvrager
Beoordeeld wordt of de aanvrager beschikt over voldoende deskundigheid, ervaring, organisatiekracht, personele capaciteit en continuïteit om de activiteiten succesvol uit te voeren. Ook wordt gekeken naar de kwaliteit van de organisatie, het projectmanagement en de borging van resultaten.
g. De mate waarin de activiteiten bijdragen aan preventie en het versterken van zelfredzaamheid en samenredzaamheid
Beoordeeld wordt in hoeverre de activiteiten problemen voorkomen of vroegtijdig signaleren en bijdragen aan het vermogen van inwoners om zelfstandig of met hulp van hun netwerkoplossingen te vinden. Er wordt gekeken naar duurzame effecten op eigen regie, participatie en onderlinge ondersteuning.
h. De mate waarin de begroting en financiering doelmatig, realistisch en in redelijke verhouding tot de activiteiten zijn opgesteld
Beoordeeld wordt of de begroting inzichtelijk, onderbouwd en passend is bij de omvang en aard van de activiteiten. Er wordt gekeken naar kosteneffectiviteit, realistische aannames, een evenwichtige inzet van middelen en de verhouding tussen kosten, prestaties en beoogde resultaten.
i. De wijze waarop monitoring, evaluatie en verantwoording van de activiteiten zijn ingericht
Beoordeeld wordt hoe de aanvrager de voortgang, resultaten en effecten van de activiteiten meet en rapporteert. Daarbij wordt gekeken naar de kwaliteit van indicatoren, de systematiek van monitoring, de wijze van evalueren, het leren en verbeteren op basis van resultaten en de transparantie van de verantwoording.
j. de mate waarin de activiteiten en middelen evenwichtig zijn verdeeld over de vijf ontwikkellijnen zoals genoemd in artikel 4 lid 1 a t/m e
Beoordeeld wordt in hoeverre de aanvrager activiteiten kan en zal aanbieden op het gebied van ‘Vitaal deelnemen’, ‘Gezond en veilig opgroeien’, ‘Beschermd thuis’, ‘Integratie en participatie van nieuwe Nederlanders’ en ‘Bestaanszekerheid’. Ook wordt beoordeeld in hoeverre de activiteiten en middelen worden verdeeld over deze vijf ontwikkellijnen zoals uitgewerkt in artikel 9 lid 3.
** 2. .** De doelen waarnaar verwezen wordt in de toelichting bij criterium a in het eerste lid, luiden als volgt.
Doel van Vitaal deelnemen: Het vergroten van gelijke kansen voor volwassenen en ouderen om actief en volwaardig deel te nemen aan de samenleving en om hen te ondersteunen bij het behouden of versterken van hun sociale verbondenheid, zelfredzaamheid en dagelijks functioneren.
Doel van Gezond en veilig opgroeien: Het ondersteunen van kinderen, jongeren en opvoeders bij gezond en veilig opgroeien, met nadruk op preventie, vroegsignalering en het versterken van de sociale en pedagogische omgeving.
Doel van Beschermd thuis: Het bevorderen van participatie, zelfredzaamheid en maatschappelijke inclusie van inwoners met een psychische of sociale kwetsbaarheid, zodat zij zo zelfstandig mogelijk kunnen functioneren in de samenleving.
Doel van Integratie en participatie van nieuwe Nederlanders: Het ondersteunen van nieuwe Nederlanders bij integratie en participatie in de samenleving, met als doel het vergroten van zelfredzaamheid, sociale verbondenheid en gelijke kansen.
Doel van Bestaanszekerheid: Het versterken van bestaanszekerheid en het ondersteunen van inwoners bij het verkrijgen en behouden van grip op het dagelijks leven, met als doel het vergroten van zelfredzaamheid en het voorkomen van zwaardere problematiek.
**3..** De evenwichtige verdeling waarnaar verwezen wordt in de toelichting bij criterium j in het eerste lid, luidt als volgt. De gemeente wenst een evenwichtige verdeling van de activiteiten en de middelen over de vijf ontwikkellijnen zoals genoemd in artikel 4 lid 1 a t/m e. De gemeente heeft daarbij in beginsel de onderstaande verdeling van het beschikbare subsidiebudget voor ogen:
Ontwikkellijn
Richtpercentage
Vitaal deelnemen
40%
Gezond en veilig opgroeien
15%
Beschermd thuis
35%
Integratie en participatie van nieuwe Nederlanders
5%
Bestaanszekerheid
5%
Het staat de aanvrager vrij om van deze percentages af te wijken, zolang de aanvrager gemotiveerd aantoont dat de voorgestelde verdeling beter aansluit bij de lokale opgaven en aantoont dat alle ontwikkellijnen voldoende worden bediend evenals, de beoogde resultaten en de doelstellingen van deze regeling. Dit zal tevens beoordeeld worden in het kader van criterium j.
**4..** Per criterium (dus voor a, b, c, enz,) worden punten toegekend. Per criterium wordt een score toegekend van 1 tot en met 5, waarbij:
1 staat voor een zeer gering;
2 staat voor een gering;
3 staat voor een voldoende;
4 staat voor een goed;
5 staat voor een zeer goed.
De scores per criterium worden bij elkaar opgeteld en vormen zo de totaalscore van de aanvraag. De totaalscore bedraagt maximaal 50 punten.
**5..** Niet voor rangschikking in aanmerking komen aanvragen die minder dan 30 punten hebben behaald. Die aanvragen worden afgewezen. De aanvraag wordt ook afgewezen als de aanvraag op criterium j (de mate waarin de activiteiten en middelen zijn verdeeld over de vijf ontwikkellijnen zoals genoemd in artikel 4 lid 1 a t/m e) lager dan een voldoende heeft gescoord.
**6..** Het college verstrekt de subsidie aan de aanvrager met het hoogste puntenaantal. Indien meerdere aanvragen dezelfde (hoogste) totaalscore hebben gehaald, verstrekt het college de subsidie aan de aanvrager die de meeste punten heeft gescoord op de criteria d, e en f (bij elkaar opgeteld). Een voorbeeld: partij A heeft op criteria d, e en f een opgetelde score van 10 punten en partij B heeft op criteria d, e en f een opgetelde score van 12 punten, dan verstrekt het college de subsidie aan partij B. Indien meerdere aanvragen dezelfde totaalscore op criteria d, e en f hebben gehaald, verstrekt het college de subsidie aan de aanvrager die de meeste punten heeft gescoord op criterium d (De bijdrage aan de sociale basis en het benutten van buurtkracht). Als de aanvragen ook evenveel punten behalen op criterium d (De bijdrage aan de sociale basis en het benutten van buurtkracht), wordt vervolgens gekeken naar de puntenscore op criterium e (De bijdrage aan een sterke lokale toegang). Aan de partij die hierop het hoogste scoort wordt de subsidie verstrekt. Als de aanvragen ook evenveel punten behalen op criterium e (De bijdrage aan een sterke lokale toegang), wordt vervolgens gekeken naar de puntenscore op criterium f (De kwaliteit en uitvoeringskracht van de aanvrager). Aan de partij die hierop het hoogste scoort wordt de subsidie verstrekt. Als de aanvragen ook evenveel punten behalen bij criterium f, wordt de subsidie verstrekt na een door een notaris uitgevoerde loting tussen deze aanvragen.
Artikel 9
Beoordelingscriteria
Onderdeel van Subsidieregeling Professioneel Welzijn gemeente Westervoort 2026