Naast de gronden in de Apv (o.a. art. 1:6, 1:8 en 5:18) kan een vergunning worden geweigerd of ingetrokken indien:
De standplaats in strijd is met het geldende omgevingsplan en de benodigde planologische toestemming ontbreekt;
structureel niet wordt voldaan aan de eisen uit dit beleid;
betalingsverplichtingen (zoals elektriciteit) niet worden nagekomen;
ernstige of herhaalde overtredingen plaatsvinden die de leefbaarheid of veiligheid aantasten;
geen geldige aansprakelijkheidsverzekering aanwezig is indien deze op grond van dit beleid verplicht is gesteld;
van vergunninghouders wordt verwacht dat zij de vergunde standplaats regelmatig innemen. Indien gedurende een aaneengesloten periode van 2 maanden geen gebruik wordt gemaakt van de vergunning zonder geldige reden, kan het college overgaan tot heroverweging of intrekking van de vergunning.