**1..** In deze verordening en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:
Algemene voorziening: Aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de jeugdige toegankelijk is. Met het begrip algemene voorziening wordt in het kader van deze verordening ook het begrip overige voorziening bedoeld (artikel 2.9 Jeugdwet).
Budgethouder: de persoon die een pgb (persoonsgebonden budget) ontvangt op grond van de Jeugdwet.
College: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente, of – voor zover het college taken en bevoegdheden op grond van de Jeugdwet heeft gemandateerd – het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG).
Draagkracht: Het vermogen van ouder(s)/verzorger(s) om de tot hun gezin behorende minderjarige kinderen te verzorgen, op te voeden en toezicht op hen te houden. Ook als er sprake is van een jeugdige met een ziekte, aandoening of beperking.
Draaglast: de belasting die ouder(s)/verzorger(s) dragen op basis van de omstandigheden van henzelf en het gezin, denk dan bijvoorbeeld aan werk, gezondheid, gezinssamenstelling en hulp aan elkaar.
Gebruikelijke hulp: Dit betreft zorg en ondersteuning die in redelijkheid mag worden verwacht van ouder(s)/verzorger(s), mede op basis van wat passend is bij de leeftijd en ontwikkeling van de jeugdige.
Gezinsplan (of familiegroepsplan): De bundeling van alle individuele ondersteuningsplannen (zie toelichting begrip ondersteuningsplan) binnen een gezin/huishouden.
Hulpvraag: Behoefte van de jeugdige of zijn ouder(s)/verzorger(s) aan ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de Jeugdwet.
Individuele voorziening: Aanbod van diensten of activiteiten dat, alleen na zorgvuldig onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de jeugdige (en diens gezin), middels een beschikking toegankelijk is (artikel 2.9 Jeugdwet).
Jeugdige: Persoon zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
Ondersteuningsplan: Een document waarin een beschrijving staat van de situatie van de jeugdige; de te behalen doelen (resultaten); en welke jeugdhulp en eventuele andere ondersteuning daarbij nodig is.
Ouders/verzorgers: De ouder(s) met gezag over de jeugdige, de verzorger(s) die de jeugdige feitelijk verzorgen en opvoeden. Hieronder vallen ook de gemachtigde(n) en/of (wettelijk) vertegenwoordiger(s) die namens hen optreedt.
Persoonlijk plan: Een beschrijving van de jeugdige en/of ouder(s)/verzorger(s) van zijn omstandigheden en welke ondersteuning naar zijn mening het meest aangewezen is, zoals bedoeld in artikel 4.1.2 van de Jeugdwet. Met het begrip persoonlijk plan wordt in het kader van deze verordening ook bedoeld het begrip familiegroepsplan en bijbehorende eisen zoals bedoeld in de Jeugdwet.
Pgb: Persoonsgebonden budget is een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of diens ouder(s)/verzorger(s), dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort, door anderen, niet zijnde ouders, uit te voeren.
Pgb-plan: plan van de jeugdige en/of ouder(s)/verzorger(s) waarin hij de besteding van het pgb aangeeft inclusief de wijze waarop hiermee de gestelde doelen worden bereikt; het pgb-plan bestaat uit een plan van aanpak, een begroting en de zorgbeschrijvingen per hulpverlener.
Sociaal netwerk: Familieleden, huisgenoten, mantelzorgers, buren, kennissen en medeleden van een vereniging of medeleden uit een geloofsgenootschap van de jeugdige en/of ouder(s)/verzorger(s).
Wettelijke andere voorziening: Een voorziening anders dan in het kader van de Jeugdwet op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen, niet vallend onder de Jeugdwet.
**2..** Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet en de Algemene wet Bestuursrecht.