Naar hoofdinhoud

Artikel 3.6

Draagkracht, draaglast en overbelasting

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp 2026 gemeente Epe

1.. Een gezonde draagkracht betekent dat ouder(s)/verzorger(s) eventueel met behulp van het sociale netwerk zorg kunnen dragen voor normale, dagelijkse hulp. Ouder(s)/verzorger(s) zijn verplicht de tot hun gezin behorende minderjarige kinderen te verzorgen, op te voeden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als sprake is van een minderjarig kind met een ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek. Voor zover het van toepassing is en tot de mogelijkheden behoort dat ouder(s)/verzorger(s) hun kinderen zelf hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf bieden, kent de gemeente geen individuele voorziening jeugdhulp toe. 2.. Als de noodzakelijke hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf van ouder(s)/verzorger(s) voor hun kinderen voor wat betreft de aard, frequentie en benodigde tijd voor deze handelingen zwaarder is dan de zorg die kinderen van dezelfde leeftijd redelijkerwijs nodig hebben, neemt het college in het onderzoek de balans tussen draaglast en draagkracht mee. Het college beoordeelt of het gezin de benodigde ondersteuning, hulp en zorg zelf kan bieden. Daarbij kijkt het college naar wat ouder(s)/verzorger(s) zelf kunnen, het probleemoplossend vermogen, de hulp van mensen in hun sociale omgeving en de beschikbare voorliggende voorzieningen. Hiervoor kan het college gebruik maken van een onafhankelijk medisch onderzoek. 3.. Het college maakt voor wat betreft het vaststellen van de balans tussen draagkracht als bedoeld in het eerste lid en draaglast als bedoeld in het tweede lid een onderscheid in kortdurende en langdurende situaties: Onder kortdurend wordt verstaan: er is uitzicht op herstel van de problematiek en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over het bieden van hulp voor een aaneengesloten eenmalige periode van maximaal drie maanden. Onder langdurend wordt verstaan: chronische situaties waarbij naar verwachting de hulp langer dan drie maanden nodig zal zijn of meerdere periodes van drie maanden binnen een periode van één jaar. 4.. In kortdurende situaties neemt het college aan dat draagkracht en draaglast in balans zijn en bieden ouder(s)/verzorger(s) eventueel met behulp van het sociale netwerk alle vormen van hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf zelf, tenzij dit gezien de aard van de benodigde hulp (geheel of gedeeltelijk) niet van ouder(s)/verzorger(s) of het sociale netwerk mag worden verwacht. In langdurende situaties bieden ouders eventueel met behulp van het sociale netwerk alle vormen van hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf zelf als de gemeente op basis van algemeen aanvaarde maatstaven vaststelt dat draaglast en draagkracht in balans zijn, tenzij dit gezien de aard van de benodigde hulp (geheel of gedeeltelijk) niet van ouder(s)/verzorger(s) of het sociale netwerk mag worden verwacht. 5.. De zorg voor een jongere of huisgenoot kan zo zwaar worden dat er sprake is van (dreigende) overbelasting. Bij de beoordeling of sprake is van (dreigende) overbelasting maakt de gemeente gebruik van de Opvoedingsbelasting Vragenlijst van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi)1https://www.nji.nl/databanken/instrumenten/opvoedingsbelasting-vragenlijst-obvl. 6.. Bij (dreigende) overbelasting geldt het volgende: Er moet een verband zijn tussen de overbelasting en de zorg aan de jeugdige. Als de overbelasting gerelateerd is aan factoren buiten de zorg van de jeugdige om, dient de ouder eerst een oplossing te zoeken voor de oorzaak van de overbelasting. Bij een aanvraag voor een individuele voorziening tot jeugdhulp bekijkt het college wat wordt gedaan om de (dreigende) overbelasting te verminderen; Als de (dreigende) overbelasting kan worden verminderd door het herinrichten van het werk of andere sociale/maatschappelijke activiteiten, wordt dit eerst van de ouder verwacht; Het verlenen van hulp aan kinderen gaat voor op sociale/maatschappelijke activiteiten.

Rechtspraak bij dit artikel