Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 11.

Eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente IJsselstein 2026

1.. Een maatwerkvoorziening wordt verstrekt als naar oordeel van het college uit het onderzoek blijkt dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouder(s) ontoereikend zijn om, zo nodig met inzet van het sociale netwerk of met ondersteuning van andere of algemene voorzieningen, de hulp te bieden die passend is bij de hulpvraag van de jeugdige of zijn ouder(s). 2.. Het college neemt bij de beoordeling van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen zoals bedoeld in artikel 8 tot uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouder(s) zelf ligt en dat de hulp die daarvoor nodig is in beginsel ook door hen geleverd kan worden. Dit is ook het geval als sprake is van psychische problemen of stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of beperkingen. Dit uitgangspunt is gebaseerd op de artikelen 82 en 247, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Uit het onderzoek kan blijken dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) niet toereikend is, bijvoorbeeld omdat sprake is van: (een) geobjectiveerde beperking(en) om noodzakelijke hulp te bieden; een gebrek aan kennis of vaardigheden om noodzakelijke hulp te bieden; een jeugdige van vijf jaar en ouder waarvoor 24 uur per dag toezicht nodig is ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel en er (nog) geen aanspraak gemaakt kan worden op een andere voorziening, waaronder de Wet langdurige zorg (Wlz); overbelasting of dreigende overbelasting, waardoor geen noodzakelijke hulp kan worden verwacht van de ouder(s) of van het sociaal netwerk totdat deze belasting of dreigende overbelasting is opgeheven. 3.. Bij de beoordeling van de overbelasting bedoeld in het tweede lid onder d, wordt ook vastgesteld welke mogelijkheden de ouder(s) hebben om de overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen, waarbij redelijkerwijs verwacht mag worden dat de ouder(s) maatschappelijke activiteiten beperken en betaalde arbeid verminderen of anders organiseren om overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen. Hierbij houdt het college ook rekening met: de behoefte en mogelijkheden van de jeugdige; de duur van de inzet; de planbaarheid van de hulp; de benodigde ondersteuningsintensiteit; de samenstelling van het gezin en de woonsituatie; de noodzaak van de ouder(s) om in een inkomen te voorzien.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel