**1..** Het college verstrekt een pgb als:
de jeugdige of zijn ouder(s) zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de maatwerkvoorziening die wordt geleverd door een door het college gecontracteerde aanbieder, niet passend achten;
uit de beoordeling van de pgb-vaardigheid, met inachtneming van artikel 18, blijkt dat de budgethouder of, indien van toepassing, de budgetbeheerder in staat is uitvoering te geven aan de eisen die het beheer van een pgb met zich meebrengt; en
naar het oordeel van het college, met inachtneming van artikel 19, is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de maatwerkvoorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouder(s) van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het pgb-plan opgenomen beoogde resultaat.
**2..** Het college verstrekt geen pgb als er twijfels zijn over de integriteit van de voorgenomen uitvoerder van de jeugdhulp, wat zich in ieder geval voordoet als de voorgenomen uitvoerder van de jeugdhulp in de vijf jaar voorafgaande aan de aanvraag:
fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, heeft gepleegd;
betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan die de veiligheid en de kwaliteit van de hulp in gevaar brengen;
veroordeeld is wegens het plegen van strafbare feiten tot een gevangenisstraf;
op basis van een Bibob-toets door het college is geweigerd.
**3..** De uitvoerder van de ondersteuning die met het pgb wordt ingekocht, is niet tevens de wettelijke vertegenwoordiger van de budgethouder noch heeft deze een financiële relatie met de budgethouder, tenzij:
dit gezien de situatie van de jeugdige, de aard van de ingekochte ondersteuning en de waarborgen waarmee een verantwoorde besteding en verantwoording van het pgb is omgeven, naar het oordeel van het college passend wordt bevonden;
de uitvoerder van de hulp en ontvanger van het budget een ouder is van de jeugdige voor wie het pgb is verstrekt.
**4..** Het college weigert een persoonsgebonden budget in overeenstemming met artikel 8.1.1, vierde lid, van de wet als:
de kosten van het betrekken van de jeugdhulp van derden hoger zijn dan de kosten van de maatwerkvoorziening; of
het college eerder toepassing heeft gegeven aan de gronden opgenomen in artikel 29, tweede lid, onder a, d of f.
Hoofdstuk 7.
Artikel 16.
Verstrekken van het persoonsgebonden budget
Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente IJsselstein 2026