Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 18.

Pgb-vaardigheid

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente IJsselstein 2026

1.. Om aan de voorwaarden voor pgb-vaardigheid te voldoen moet de beoogd budgethouder, al dan niet met hulp vanuit het sociaal netwerk of, indien van toepassing, een budgetbeheerder, in ieder geval: een duidelijk beeld hebben van de hulpvraag; op de hoogte zijn van de regels en verplichtingen die horen bij het pgb of deze weten te vinden; in staat zijn om een overzichtelijke pgb-administratie bij te houden; voldoende vaardig zijn om te communiceren met de gemeenten, de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en de hulpverleners; in staat zijn zelfstandig te handelen en onafhankelijk voor een hulpverlener te kiezen; in staat zijn om afspraken te maken en vast te leggen en dit te kunnen verantwoorden aan het college; in staat zijn om te beoordelen en te beargumenteren of de geleverde zorg passend en kwalitatief goed is; in staat zijn de inzet van hulpverleners te coördineren, waardoor de zorg door kan gaan, ook bij verlof en ziekte; in staat zijn om als werk- of opdrachtgever de hulpverleners aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren; en voldoende kennis hebben over het werk- of opdrachtgeverschap of deze kennis weten te vinden. 2.. Het college acht dat er bij de budgetbeheerder sprake kan zijn van een onvermogen tot goed beheer van een pgb in de volgende gevallen: problematische schuldenproblematiek; ernstige verslavingsproblematiek; aangetoonde fraude begaan in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag; een aanmerkelijke verstandelijke beperking; een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis; het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift; twijfels op overige gronden over de pgb-vaardigheid; gebleken overbelasting.

Rechtspraak bij dit artikel