**1..** Degene aan wie krachtens deze verordening een maatwerkvoorziening is verstrekt, is verplicht zo spoedig mogelijk aan het college mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan het redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een besluit aangaande een maatwerkvoorziening.
**2..** Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing aangaande een maatwerkvoorziening herzien of intrekken als het college vaststelt dat:
de jeugdige of zijn ouder(s) onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
de jeugdige en/of zijn ouder(s) niet langer op de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangende pgb zijn aangewezen;
de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangende pgb niet meer toereikend is te achten;
de jeugdige of zijn ouder(s) niet voldoen aan de voorwaarden van de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangende pgb;
de jeugdige langer dan 12 weken verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet; of
de jeugdige of zijn ouder(s) de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangende pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd.
**3..** Als het college een besluit op grond van het tweede lid, onderdeel a of f heeft herzien of ingetrokken, kan het college de geldswaarde vorderen van de teveel of ten onrechte genoten maatwerkvoorziening.
**4..** Een besluit kan ingetrokken worden, wanneer de jeugdhulpaanbieder niet binnen drie maanden na het afgeven van het besluit gestart is met de zorg of als blijkt dat het persoonsgebonden budget binnen drie maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.
Hoofdstuk 9.
Artikel 29.
Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking en terugvordering
Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente IJsselstein 2026