Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 14.

Regels voor pgb

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente IJsselstein 2026

1.. Als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening en de ondersteuning zelf wenst in te kopen met een pgb, dient hij een pgb-plan in. Hiervoor wordt een model gebruikt dat door het college is vastgesteld. Het college toetst of voldaan wordt aan de in artikel 2.3.6 lid 2 van de wet opgenomen voorwaarden. 2.. In afwijking van het eerste lid geldt voor een maatwerkvoorziening in de vorm van hulpmiddelen een verkort pgb-plan waarin de inwoner motiveert waarom de maatwerkvoorziening helpt bij het bereiken van het doel. 3.. De budgethouder, of indien van toepassing de budgetbeheerder, is verplicht om gebruik te maken van de op zijn situatie van toepassing zijnde modelovereenkomst van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). 4.. Het pgb mag niet worden besteed aan: kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; kosten voor het voeren van een pgb-administratie en reiskosten; kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; kosten voor een feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering; 5.. Bij de beoordeling of sprake is van hulp die het sociale netwerk zonder betaling kan bieden en of bij wijze van uitzondering de inzet van het sociale netwerk met een pgb betaald kan worden, spelen in elk geval de volgende aspecten een rol: het type hulp dat wordt geleverd; de frequentie van de hulp; een tijdelijke hulpvraag of hulp over een lange periode; het dwingend karakter van de verplichting of de kwaliteit van de ondersteuning zit in de nabijheid van de ondersteuner; of het pgb leidt tot een betere en effectievere ondersteuning die aantoonbaar doelmatig is; de vereiste opleidingseis van de ondersteuner, als volgens landelijk geldende kwaliteitscriteria een minimale opleiding vereist is; de persoon uit het netwerk verklaart dat de zorg voor hem niet tot overbelasting leidt. 6.. De cliënt die in aanmerking komt voor een pgb, kan alleen diensten en andere maatregelen betrekken van een persoon die behoort tot zijn sociale netwerk indien dat aantoonbaar tot betere en efficiënte ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is. 7.. Een pgb is alleen mogelijk als naar het oordeel van het college: de ondersteuning die de cliënt met het pgb wenst in te kopen naar het oordeel van het college van voldoende kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het verslag opgenomen beoogde resultaat; geen sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie; 8.. Het college acht dat er bij de budgetbeheerder sprake kan zijn van een onvermogen tot goed beheer van een pgb in de volgende gevallen: problematische schuldenproblematiek; ernstige verslavingsproblematiek; aangetoonde fraude begaan in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag; een aanmerkelijke verstandelijke beperking; een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis; het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift; twijfels op overige gronden over de pgb-vaardigheid; gebleken overbelasting. 9.. Tevens wordt de vertegenwoordiger alleen in staat geacht de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze te kunnen uitvoeren indien: hij niet tevens uitvoerder is van de ondersteuning die met het pgb wordt ingekocht of geen financiële relatie heeft met de uitvoerder van de ondersteuning, tenzij dit gezien de situatie van de cliënt , de aard van de ingekochte ondersteuning en de waarborgen waarmee een verantwoorde besteding en verantwoording van het pgb is omgeven, naar het oordeel van het college passend wordt bevonden; er sprake is van voldoende nabijheid in de vorm van fysieke aanwezigheid en tijd. 10.. Het pgb bevat geen vrij besteedbaar deel. 11.. Het college kan nadere regels stellen over de aan het pgb verbonden voorwaarden en verplichtingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel