Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 8.

Criteria maatwerkvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente IJsselstein 2026

1.. Het college neemt het ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 5 lid 3 van deze verordening als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening. 2.. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: ter compensatie van de beperkingen, chronische psychische of psychosociale problemen, als gevolg waarvan de inwoner niet voldoende in staat is tot zelfredzaamheid of participatie en voor zover de inwoner deze beperkingen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen op eigen kracht; met gebruikelijke hulp; met mantelzorg; met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen; of met gebruikmaking van algemene voorzieningen. ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de inwoner die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico's voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen op eigen kracht; met gebruikelijke hulp; met mantelzorg; met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; of met gebruikmaking van algemene voorzieningen. 3.. Bij het beoordelen van een aanvraag voor een maatwerkvoorziening ‘Wonen’ kan het primaat van verhuizen worden toegepast, zoals benoemd in artikel 11 van deze verordening. 4.. Het college verstrekt de voorzieningen opvang en beschermd wonen volgens de regelgeving en het beleid van de centrumgemeente Utrecht. 5.. Bij het toekennen van een maatwerkvoorziening ‘Huishoudelijke ondersteuning’ wordt het meest recente uitgebrachte HHM-Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning gehanteerd. 6.. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening ‘Vervoer’ geldt het primaat van de collectieve voorziening, namelijk het collectief vervoer. Er wordt rekening gehouden met verplaatsingen op basis van ondersteuningsbehoefte, tot maximaal 1500 kilometer per jaar, in de directe woon- en leefomgeving van de inwoner. 7.. De maatwerkvoorziening levert er een passende en doeltreffende bijdrage aan dat de inwoner op een aanvaardbaar niveau zelfredzaam is en kan deelnemen in de maatschappij. 8.. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst passende voorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel