Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 3.8

Aanvullende criteria voor lokaal verplaatsen

Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning 2026 gemeente Epe

1.. Naast wat is bepaald in artikel 3.1 wordt bij de vervoersbehoefte voor maatschappelijke participatie uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingsbehoeften in de directe woon- en leefomgeving, die nodig zijn voor het dagelijks leven daarbij geldt voor het collectief vervoer een maximum van 1.500 kilometer op jaarbasis. 2.. De gemeente kan aan de inwoner een (elektrisch aangedreven) individuele vervoersvoorziening verstrekken. Hierbij geldt het volgende: de voorziening is noodzakelijk ter vervanging van de loop- en/of de fietsfunctie; de inwoner is in staat om zelfstandig op en van de voorziening te stappen; de inwoner heeft een vervoersbehoefte in de directe woonomgeving van de woning binnen de gemeente of woonkern; er moet een brandveilige stallingsplek beschikbaar zijn; de inwoner werkt, voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden verwacht, mee aan het realiseren van een geschikte individuele of gezamenlijke stalling, waaronder begrepen het treffen of toestaan van redelijke aanpassingen in of aan de woonomgeving; de voorziening kan geweigerd worden als er geen geschikte stalling in of rond de woning mogelijk is; de inwoner in staat is om – na instructie - op veilige wijze gebruik te maken van de voorziening in het verkeer en in/uit de stalling. 3.. Indien de inwoner gemotiveerd aangeeft dat het aantal kilometers zoals bedoeld in het eerste en derde lid van dit artikel, niet volstaat dan kan inwoner in staat worden gesteld om meer kilometers met het collectief vervoer te reizen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel