Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5:

Artikel 5.3

Pgb maatwerkvoorziening niet zijnde een dienst

Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning 2026 gemeente Epe

1.. De maximale hoogte van een pgb voor maatwerkvoorzieningen niet zijnde een dienst wordt vastgesteld op basis van de aanschafprijs van de goedkoopst adequaat compenserende voorziening die het college in natura zou verstrekken. 2.. Het bedrijf waar de inwoner de maatwerkvoorziening koopt moet ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel en aangesloten zijn bij het Nationaal Keurmerk Hulpmiddelen. 3.. De maatwerkvoorziening niet zijnde een dienst kan niet van een particulier gekocht worden. 4.. De hoogte van een pgb voor een maatwerkvoorziening niet zijnde een dienst wordt vastgesteld voor: vervoer van en naar de dagbesteding: op basis van de -op het moment van aanvraag - geldende gangbare kilometervergoeding of het in de regio gangbare toepasselijke tarief, uitgaande van de dichtst bij de woning van de inwoner gelegen passende dagbestedingslocatie en rekening houdende met eventuele beperkingen die belemmerend zijn voor inwoner bij het reizen met bepaalde vormen van het openbaar vervoer.; taxi- en rolstoeltaxivervoer: op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief; een vervoershulpmiddel (niet zijnde een rolstoel): op basis van de laagste kostprijs van het voor de inwoner noodzakelijke en passend geachte vervoershulpmiddel, zoals dit in natura zou worden verstrekt; een rolstoel: op basis van de laagste kostprijs van de door de inwoner noodzakelijke en passend geachte rolstoel, zoals deze zou worden verstrekt in natura; een autoaanpassing: op basis van de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassing, blijkend uit een door het college geaccepteerde offerte. een woonvoorziening: op basis van goedkoopst adequaat compenserende voorziening van een door het college geaccepteerde offerte of een bouwkundig calculatiebureau; onderhoud en reparatie (zijnde instandhoudingkosten) van materiële voorzieningen: hiervoor dient de inwoner een onderhoudscontract af te sluiten voor de duur van 7 jaar. Het maximale jaarlijkse bedrag voor onderhoud voor niet elektrische voorzieningen bedraagt niet meer dan 5% van de aanschafwaarde en voor elektrische voorzieningen niet meer dan 7% van de aanschafwaarde. Het maximale bedrag voor verzekering bedraagt niet meer dan de goedkoopste passende WA-verzekering. De gemeente kan voor de beoordeling een tegenofferte opvragen. 5.. Indien de inwoner een met het pgb aangeschafte voorziening binnen de afschrijvingstermijn niet meer gebruikt, omdat deze niet meer adequaat is: wordt de restwaarde van de voorziening verrekend met een nieuw toe te kennen pgb; wordt bij een eventueel nieuw toe te kennen pgb, het pgb voor onderhoud, reparatie en indien verplicht een WA-verzekering voor de nog niet verstreken termijn verrekend met het nieuw toe te kennen bedrag.

Rechtspraak bij dit artikel