Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Aanvraag compensatiebijdrage excessieve opgravingskosten

Onderdeel van Beleidsregels compensatiebijdrage opgravingskosten particulieren gemeente Den Haag

1.. De aanvraag ‘compensatiebijdrage archeologische opgravingskosten’ wordt schriftelijk ingediend bij het college. 2.. Het verzoek wordt ondertekend en bevat ten minste: Naam, adres en de woonplaatsgegevens van de aanvrager; Een aanduiding van de locatie waarvoor de bijdrage wordt aangevraagd; Een omschrijving van het te ontwikkelen plan; Het gemeentelijke besluit waarbij de verplichting tot het doen van de betreffende opgraving is opgelegd; Het Programma van Eisen met betrekking tot het doen van de betreffende opgraving; In geval van een compensatiebijdrage in natura in de zin van artikel 5, eerste lid: een overzicht van de opgravingskosten, in de vorm van een offerte van het bedrijfsonderdeel Archeologie van de Dienst Stadsbeheer van de Gemeente Den Haag. In geval van een financiële compensatiebijdrage in de zin van artikel 5, tweede lid: een overzicht van de opgravingskosten, in de vorm van een offerte van een erkende uitvoerende partij; In het geval van een archeologische begeleiding of definitieve opgraving: de eindafrekening(en) van eventueel eerder voor hetzelfde project uitgevoerd gravend onderzoek in de vorm van proefsleuven, in geval aanvrager deze kosten wil laten meetellen in de drempelbijdrage voor de bepaling van het recht op compensatiebijdrage; Een motivering waarom de aanvrager meent in aanmerking te komen voor een compensatiebijdrage archeologische opgravingskosten; 3.. De aanvrager verstrekt al de naar het oordeel van de Gemeente benodigde informatie, gegevens en bescheiden die voor de beoordeling van de aanvraag of voor de vaststelling van de bijdrage nodig zijn. 4.. De beslissing over en de vaststelling van de compensatiebijdrage vindt plaats op basis van de bij de aanvraag overgelegde informatie en gegevens.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel