Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 11:

Artikel 36.

Persoonsgebonden budget (pgb) voor de aankoop van voorzieningen

Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Beesel 2026

1.. Voor verstrekking van een pgb wordt het volgende onderzocht: De motivatie om te kiezen voor een pgb. De beoogde voorziening die inwoner wenst aan te schaffen. Het doel van de beoogde voorziening. Betreft het doel compensatie van de beperkingen zoals wordt bedoeld met een passende maatwerkvoorziening? Op welke wijze er wordt voorzien in onderhoud en verzekering. Op welke wijze de voorziening wordt gestald. 2.. Wat betreft de aankoop van de desbetreffende voorziening maakt het college per toekenning een berekening. Daarbij moet het bedrag voldoende zijn een voorziening aan te schaffen vergelijkbaar met de natura voorziening inclusief voor de gemeente geldende korting. De aangeschafte voorziening dient de bestaande problemen voldoende te compenseren. 3.. Het volledige bedrag aan pgb dient verantwoord te worden. Er wordt geen verantwoordingsvrij bedrag gehanteerd. 4.. De hoogte van het pgb wordt als volgt vastgesteld: Het pgb-bedrag voor voorzieningen is toereikend en vergelijkbaar met de natura voorziening, inclusief voor de gemeente geldende korting. Als er sprake is van een naturavoorziening via een gecontracteerde aanbieder wordt er eenmalig een toets gedaan of er op het betreffende moment een herverstrekkingsmiddel aanwezig is, of dat er sprake is van een nieuw in te kopen voorziening. Als het gaat om een voorziening waarvoor geen aanbieders gecontracteerd zijn, moet inwoner een offerte aanleveren welke goedgekeurd dient te worden door het college. Wanneer de door inwoner gewenste voorziening wel adequaat maar duurder is dan het door het college voorgestelde aanbod dient inwoner de extra of meerkosten zelf te betalen. De belanghebbende dient een factuur aan te leveren van de door hem betaalde kosten. 5.. Naast het bedrag voor de aanschaf van de voorziening kan een inwoner ook recht hebben op een bijdrage in de kosten voor onderhoud en verzekering. Deze wordt berekend op basis van de vergelijkbare kosten bij verstrekking van een voorziening in natura en geldt voor de looptijd van het pgb. 6.. De bijdrage in onderhoudskosten wordt enkel uitbetaald indien inwoner een factuur overlegt tot het maximale vastgesteld bedrag per jaar. 7.. Een pgb voor een auto-aanpassing is gelijk aan de door het college geaccepteerde offerte. Er moeten minimaal twee offertes ter beoordeling worden overlegd. 8.. Een pgb voor de aankoop van een voorziening wordt geacht in ieder geval toereikend te zijn voor een periode overeenkomend met de afschrijvingstermijn die van toepassing is op de met het persoonsgebonden budget te verwerven voorziening. 9.. Afschrijvingstermijnen: Scootmobiel, rolstoel (handbewogen en elektrisch), fietsen en tilliften: 7 jaar. Autoaanpassing: 5 jaar. Traplift: 10 jaar. Spoelföhn installatie: 10 jaar. 10.. Het verstrijken van de afschrijvingstermijn betekent niet automatisch dat recht bestaat op een nieuwe voorziening. In zulke situaties zal altijd beoordeeld worden of de oude voorziening nog bruikbaar is en een passende bijdrage kan leveren aan de zelfredzaamheid en participatie. 11.. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken en teruggevorderd als blijkt dat het pgb binnen 6 maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

Rechtspraak bij dit artikel